direct naar inhoud van Hoofdstuk 4 BELEIDSKADERS
Plan: Pauwweg 5 Oirlo
Status: ontwerp
Plantype: projectbesluit
IMRO-idn: NL.IMRO.0984.PRB10018-on01

Hoofdstuk 4 BELEIDSKADERS

4.1 Rijksbeleid

Nota Ruimte

De Nota Ruimte (2004) bevat de visie van het kabinet op de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland en de belangrijkste bijbehorende doelstellingen: een sterke economie, een veilige en leefbare samenleving en een aantrekkelijk land. In de nota worden de hoofdlijnen van beleid aangegeven, waarbij de ruimtelijke hoofdstructuur van Nederland (RHS) een belangrijke rol zal spelen.

Voor het buitengebied kiest het Rijk voor een algemene kwaliteitsaanpak, gericht op ruimte voor dynamiek en ontwikkeling – transformatie- en bescherming van waarden. Om de verschillende ruimtebehoeften in het buitengebied te kunnen accommoderen zal zuinig omgegaan moeten worden met de beschikbare ruimte en zullen functies met elkaar gecombineerd moeten worden. De waarden op het gebied van landschap, natuur en cultuurhistorie zijn uitgangspunt bij de invulling van deze strategie.

De nota ondersteunt gebiedsgerichte, integrale ontwikkelingen waarin alle betrokkenen participeren. Het accent verschuift van toelatingsplanologie naar ontwikkelingsplanologie. Het realiseren van onderhavig initiatief past binnen dit beleid.

4.2 Provinciaal beleid

4.2.1 Handreiking ruimtelijke ordening

In juli 2004 is door Gedeputeerde Staten van Limburg de Handreiking ruimtelijke ontwikkeling vastgesteld als opvolger van de tot dan toe gehanteerde Handleiding bestemmingsplannen. Deze handreiking is in oktober 2005, 19 december 2006 en augustus 2008 herzien.

Ontwikkelingen die bijdragen aan de provinciale doelen worden actief ondersteund. Het POL dient als kader om op deze doelen en kwaliteit te sturen. Gemeenten krijgen in deze werkwijze meer verantwoordelijkheid en ruimte voor eigen afwegingen. De Handreiking Ruimtelijke Ontwikkeling Limburg beoogt een hulpmiddel te zijn bij het toepassen van de nieuwe aanpak, gericht op kwaliteit.

Deel I van de Handreiking heeft een formele status en moet worden beschouwd als een door G.S. vastgestelde beleidsregel. Dit deel bevat procedurele en inhoudelijke aspecten voor de toetsing van bestemmingsplannen. Deel II is een informatief deel, waarin nadere toelichting wordt gegeven op vigerend beleid of vigerende wetgeving, en waarin ingegaan wordt op actuele ontwikkelingen.

Het POL, het reconstructieplan Noord- en Midden Limburg en de POL-aanvulling ‘Verstedelijking, gebiedsontwikkeling en kwaliteitsverbetering’ en de beleidsregel Limburgs Kwaliteitsmenu zijn richtinggevend. De relevante beleidsplannen worden in deze onderbouwing verder beschreven.

In de handreiking RO zijn regels opgenomen voor burgerwoningen in het buitengebied. Op onderhavige situatie is de volgende aanvullende regel van toepassing. Splitsing van de woning in twee of meer zelfstandige woningen is niet toegestaan, tenzij dit plaatsvindt binnen bestaande bebouwing. Splitsing in combinatie met uitbreiding is derhalve niet toegestaan. Gemeenten dienen erop toe te zien dat uitbreidingen van woningen niet plaatsvindt met het oog op (toekomstige) woningsplitsing.

Op basis van de Handreiking RO is onderhavig initiatief mogelijk aangezien sprake is van woningsplitsing binnen bestaande bebouwing en geen uitbreiding van bestaande bebouwing aan de orde is.

4.2.2 Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL)

Op 22 september 2006 hebben Provinciale Staten van Limburg het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL 2006) vastgesteld als vervanger van het POL uit 2001. POL 2006 is zowel streekplan, waterhuishoudingplan, milieubeleidplan als verkeer- en vervoerplan en bevat ook de meer fysieke (ruimtelijke) onderdelen van het economisch en welzijnsbeleid. Volgens de POL-kaart is de projectlocatie gelegen in een gebied waarop perspectief 5a: Ontwikkelingsruimte voor landbouw en toerisme van toepassing is.

afbeelding "i_NL.IMRO.0984.PRB10018-on01_0002.png" afbeelding "i_NL.IMRO.0984.PRB10018-on01_0003.png"

Het perspectief P5a "Ontwikkelingsruimte landbouw en toerisme" omvat gebieden met een overwegend landbouwkundig karakter in Noord en Midden Limburg waarbij plaatselijk ook omgevingskwaliteiten aan de orde kunnen zijn. Dit kunnen oude bouwlanden zijn, waarbij een gaaf cultuurhistorisch kavel-, wegen- en bebouwingspatroon samengaat met monumentale bebouwing en/of gebieden met een landschappelijke openheid. Andere kwaliteiten die hier kunnen voorkomen zijn o.a. stiltegebieden, grondwaterbeschermingsgebieden, hydrologische bufferzones rondom natte natuurgebieden of leefgebied voor ganzen en weidevogels.

Met respect voor de aanwezige kwaliteiten wordt de inrichting en ontwikkeling van de gebieden in belangrijke mate bepaald door de landbouw. Daarnaast wordt in deze gebieden extra belang gehecht aan verbreding van de plattelandseconomie.

Bijvoorbeeld door het bieden van ontwikkelingsmogelijkheden voor de toeristische sector, en voor kleinschalige vormen van bedrijvigheid in vrijkomende agrarische en niet-agrarische gebouwen. De landbouwbedrijvigheid in al zijn vormen kan zich hier verder ontwikkelen, al zijn er wel beperkingen voor de niet-grondgebonden landbouw. Nieuwvestiging van niet-grondgebonden landbouw is niet mogelijk in P5a gebieden. Via de systematiek van het Limburgs Kwaliteitsmenu kan de doorontwikkeling van functies gepaard gaan met respect voor cultuurhistorie en landschappelijke kwaliteit én versterking van de omgevingskwaliteiten.

We verwachten van gemeenten dat deze ruimtelijke ontwikkeling van nietgrondgebonden landbouw, grootschalige toeristisch-recreatieve functies en functiewijzigingen tot werklocatie of woongebied om advies aan ons zullen voorleggen, omdat deze ontwikkelingen kunnen conflicteren met de provinciale belangen. De plannen zijn niet in strijd met Provinciaal beleid, POL.

4.2.3 Limburgs Kwaliteitsmenu

Door de vaststelling van de beleidsregel Limburgs Kwaliteitsmenu in januari 2010 en de POL-aanvulling ‘Verstedelijking, gebiedsontwikkeling en kwaliteitsverbetering in december 2009 is het Contourenbeleid komen te vervallen. Vanaf dat moment is het Limburgs Kwaliteitsmenu van kracht geworden.

Woningen dienen in principe binnen de contouren te worden gebouwd zodat het buitengebied gevrijwaard wordt van verdere verstedelijking en verstening. Het blijft echter wenselijk om het bouwen van een beperkt aantal woningen in het buitengebied onder een aantal duidelijke voorwaarden toe te staan. Op basis van bevindingen uit diverse evaluaties is het VORm-beleid ontwikkeld. Dit beleid is onlangs overgenomen door de module ‘nieuwe (solitaire) woningbouw’ van het Limburgs Kwaliteitsmenu en is dan ook een vervolg op het gevoerde VORm-beleid.

Het Limburgs Kwaliteitsmenu is voor solitaire woningbouw niet van toepassing op de volgende gevallen: het splitsen van woningen, het invullen van Voormalige Agrarische Bedrijven (VAB’s) middels woningen in overeenstemming met de Handreiking RO, het inpandig bouwen of het aanbouwen van 1 zorgwoning (kangoeroewoningen) voor een familielid of naaste op het perceel van de huidige woning van de initiatiefnemer. De handreiking RO kan voor deze gevallen uitkomst bieden. De gemeente kan hier in het gemeentelijke kwaliteitsmenu wel een eigen invulling aan geven.

Initiatief Pauwweg

Zoals uit het voorgaande blijkt is het Limburgs Kwaliteitsmenu niet van toepassing op onderhavig initiatief en wordt verwezen naar de Handreiking RO (hoofdstuk 4.2.1). 4.3 Regionaal beleid

Regionaal volkshuisvestingsplan

De regio Venray bestaat uit de gemeenten Venray en Horst aan de Maas. Binnen deze regio vervult Venray, als stedelijke centrumgemeente, een bovenregionale functie. De regio kenmerkt zich in een groot aantal activiteiten op het gebied van onder andere werkgelegenheid, landbouw en recreatie/toerisme. De gemeenten in de regio Venray hebben de afgelopen jaren op het gebied van wonen een visie ontwikkeld. In de gemeente Venray is dit uitgewerkt in het ‘Beleidsplan Wonen Venray 2001-2006. De ambitie met betrekking tot wonen is om te voorzien in de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte voor de doelgroepen. Momenteel is met name veel aandacht voor het bouwen naar behoefte, voor zowel huur- als koopwoningen. De verschillende doelgroepen groeien door van starters naar gezinnen naar ouderen. Voor alle segmenten dient een voldoende aanbod aanwezig te zijn. Woningen in het buitengebied zijn met name interessant voor de gezinnen. Door onderhavig project wordt een extra woning in het buitengebied gerealiseerd, waardoor doorstroming van doelgroepen gestimuleerd wordt. Derhalve past onderhavig initiatief binnen de visie van het Regionaal volkshuisvestingsplan.

4.4 Gemeentelijk beleid

Beleidskader “De Ruimte Benut”

In het beleidskader is het wonen in het buitengebied nader omschreven. Het beleidskader dient als uitgangspunt voor het nieuwe Bestemmingsplan Buitengebied wat momenteel in ontwikkeling is. Het beleidskader gaat uit van ruimere mogelijkheden om wonen in het buitengebied toe te staan. Aan deze ruimere mogelijkheden worden echter wel voorwaarden verbonden. Zo wordt gesteld dat extra mogelijkheden gepaard moeten gaan met kwaliteitsverbetering “voor wat hoort wat”. Dit om zo het platteland een extra impuls te geven en/of tot een gewenste verbreding van de economie op het platteland te komen. Hier volgen een aantal regelingen welke van toepassing zijn op onderhavig initiatief:

  • Ten aanzien van woningsplitsing wordt het huidige beleid overgenomen. Het is niet de bedoeling dat het mogelijk is dat woningen daarna kunnen uitbreiden.
  • Wanneer de vergroting binnen de bouwmassa plaatsvindt, dan is een tegenprestatie niet nodig.

De tweede regel is niet expliciet bedoeld voor woningsplitsing maar voor vergroting van het woongedeelte in een bestaande burgerwoning cq voormalig agrarische bedrijfswoning. Planologisch is deze regel vergelijkbaar met een woningsplitsing en kan de conclusie getrokken worden dat geen tegenprestatie nodig is. Dit is tevens weergegeven in het ontwerp Bestemmingsplan Buitengebied waar geen sprake is van aanvullende voorwaarden welke betrekking hebben op ruimtelijke kwaliteitsverbetering.

Bij onderhavig initiatief wordt een bestaande voormalige boerderij gesplist in twee burgerwoningen. Dit initiatief past binnen het Beleidskader “De Ruimte Benut”.

Ontwikkelingsperspectief Venray 2015

Op 14 februari 2006 is het ontwikkelingsperspectief 2015 vastgesteld. Deze visie geeft aan welke koers de gemeente Venray in de toekomst gaat varen, en omvat het vertrekpunt voor de afweging bij concrete beslissingen en voor de inzet van bestuurlijke uitvoeringsinstrumenten, zoals het formuleren van beleid, het vaststellen van plannen, het opstellen van uitvoeringsprogramma’s met daarbij behorende prioriteiten en inzet van menskracht en het beschikbaar stellen van financiële middelen. Het beleidsstuk heeft o.a. als doel om de ruimtelijke ontwikkeling van Venray te begeleiden en vorm te geven. Een belangrijk onderdeel van het beleidstuk is ontwikkelingsplanologie:

Nastreven van doelen in plaats van bepalen wat wel en niet mag. Tevens formuleert het

doelen voor de komende 15 jaar voor Venray en haar kerkdorpen. Voor de specifieke

woonkernen worden structuurplannen gemaakt waarbij het bouwen in dorpen in

samenhang met de dorpen wordt opgesteld en vormgegeven in de zogenaamde

Dorpsontwikkelingsplannen.

Structuurvisie Dorpsontwikkelingsplan Oirlo

In het Dorpsontwikkelingsplan van Oirlo (medio 2008) opgesteld door het dorp Oirlo

zelf wordt dieper ingegaan op ‘wonen’ in Oirlo:

Het thema 'wonen' wordt vaak benoemd in het DOP Oirlo en wordt met afstand benoemd tot meest knellende punt. Niet alleen omdat het een ‘primaire levensbehoefte’ vormt, maar ook omdat hier zoveel meer aan vast hangt: woningbouw betekent nieuwe (jonge) gezinnen, met (in de toekomst) kinderen. Hiermee is de ‘nachwuchs’ van de fanfare en vele andere verenigingen gewaarborgd. Er is behoefte aan meer en gevarieerdere woningbouw en uitbreiding van de Linde. Daarnaast moeten ruime mogelijkheden komen voor herbestemming van vrijkomende agrarische panden.

In september 2009 is door het gebiedspanel Oirlo de structuurvisie Dorpsontwikkelingsplan Oirlo opgesteld. In deze visie wordt eveneens beschreven dat er een woningenbehoefte aanwezig is in het dorp Oirlo. Om aan deze woningbehoefte te voldoen zijn er in Oirlo diverse woningbouwlocaties die ontwikkeld kunnen worden. Momenteel zijn een aantal van deze ontwikkelingen in gang gezet. Het onderhavige initiatief past binnen de visie zoals beschreven in het DOP Oirlo alsmede de visie zoals beschreven in de structuurvisie Dorpsontwikkelingsplan Oirlo.

Ontwerp bestemmingsplan buitengebied

In paragraaf 3.1 is een beschrijving opgenomen omtrent het gemeentelijk beleid met betrekking tot het bestemmingsplan. Onderhavig initiatief is strijdig met het vigerende bestemmingsplan omdat geen ontheffings- of wijzigingsmogelijkheden zijn opgenomen om de bestemming ‘wonen’ mogelijk te maken. In het ontwerp bestemmingsplan buitengebied is het plangebied opgenomen als ‘wonen’. Ten behoeve van de gewenste woningsplitsing is een ontheffingsmogelijkheid opgenomen. Door het nemen van een projectbesluit kan het initiatief uitgevoerd worden.