direct naar inhoud van Hoofdstuk 1 INLEIDING
Plan: Volen ong Heide
Status: ontwerp
Plantype: projectbesluit
IMRO-idn: NL.IMRO.0984.PRB10010-on01

Hoofdstuk 1 INLEIDING

Mevrouw Poels exploiteert op de locatie Volen ongenummerd een paardenhouderij (fokkerij en africhting). Vanwege de onregelmatige werktijden op het bedrijf en het gegeven dat stagiaires en grooms veelal niet woonachtig zijn in de directe omgeving van het bedrijf, wenst mevrouw Poels logiesverblijven te realiseren ten behoeve van de tijdelijke huisvesting van stagiaires en grooms. Deze verblijven kunnen binnen de bestaande gebouwen gerealiseerd worden. Een en ander is uitgewerkt in een aanvraag om een bouwvergunning eerste fase (BA090295). Naar aanleiding van deze aanvraag is aanvraagster bij brief van 16 november 2009 in de gelegenheid gesteld de aanvraag aan te vullen wegens strijdigheid met het vigerende bestemmingsplan.

Het bedrijf is in 2002 op de onderhavige locatie opgericht nadat de beoogde vestiging is mogelijk gemaakt door middel van een vrijstellingsprocedure ex art 19 lid 1 WRO. Binnen het destijds vigerende bestemmingsplan was de oprichting van een bedrijf niet mogelijk omdat er reeds 3 bedrijven per kilometer weglengte aan die zijde van de weg waren opgericht. Het onderhavige bedrijf zou het vierde bedrijf zijn.

Het projectgebied heeft in het vigerende bestemmingsplan "Buitengebied 1981", de bestemming 'Agrarisch gebied met landschappelijke openheid (AG-L)' gekregen. Deze gronden zijn bestemd voor agrarische productiedoeleinden, alsmede voor het behoud van de voorkomende waarde van landschappelijke openheid. Binnen deze bestemming wordt geen ruimte geboden voor het realiseren van logiesverblijven. Derhalve is het project in strijd met de bepalingen van het vigerende bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan kent ook geen vrijstellings-of

wijzigingsbevoegdheid voor dit gebruik.

Op 17 maart 2005 heeft de gemeenteraad van Venray een nieuw bestemmingsplan buitengebied vastgesteld. Aan dit bestemmingsplan hebben gedeputeerde staten op 3 oktober 2007 alsnog in het geheel de goedkeuring onthouden.

Hierdoor dient de gemeenteraad een nieuw plan vast te stellen. Hiermee is inmiddels een aanvang gemaakt door de gemeente Venray. Het ontwerp bestemmingsplan heeft vanaf 11 december 2009 gedurende 6 weken ter inzage gelegen.

Momenteel kan de aangevraagde bouwvergunning fase 1 voor de beoogde logiesverblijven (blijkens de brief van 16 november 2009) enkel gerealiseerd worden door middel van het door de gemeenteraad (behoudens delegatie) nemen van een projectbesluit op grond van artikel 3.10 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro).

Uitgangspunt hierbij is dat de initiatiefnemer alle voor deze procedure noodzakelijke stukken aanlevert, waaronder een zogenaamde goede ruimtelijke onderbouwing welke uiteindelijk moet leiden tot het vaststellen van een projectbesluit c.q. een positieve bestemming in het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010.

Het projectbesluit dient een ruimtelijke onderbouwing te bevatten waarin (op basis van artikel 5.1.3 Besluit ruimtelijke ordening) zijn neergelegd:

  • een verantwoording van de in het projectbesluit gemaakte keuze van bestemmingen;
  • een beschrijving van de wijze waarop in het projectbesluit rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding;
  • de uitkomsten van het overleg met andere (overheids-)instanties;
  • de uitkomsten van alle noodzakelijke onderzoeken;
  • een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het projectbesluit zijn betrokken (voor zover relevant).

Door de ruimtelijke onderbouwing wordt de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het project gemotiveerd. Deze ruimtelijke onderbouwing treft u hierbij aan.

In de navolgende hoofdstukken van deze ruimtelijke onderbouwing komen onder meer de volgende elementen aan de orde:

  • Een beschrijving van het projectgebied;
  • De geldende planologische situatie;
  • De toetsing aan rijks-, provinciaal en gemeentelijk/regionaal beleid;
  • De ruimtelijke effecten van het project op de omgeving;
  • Een verantwoording van de economische uitvoerbaarheid;
  • Toetsing aan milieuregelgeving en omgeving;

Afhankelijk van de aard en omvang van het project, de mate van ingrijpendheid, de actualiteit van het gemeentelijk ruimtelijk beleid en de relevantie voor het ruimtelijk beleid van de andere overheden, zal de onderbouwing van de verschillende aspecten uitgebreid of minder uitgebreid zijn.