direct naar inhoud van Artikel 2 Wijze van meten
Plan: Projectbesluit Koepas 12 Oirlo
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0984.PRB09006-va01

Artikel 2 Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1 de goothoogte van een bouwwerk

verticaal vanaf de laagst gelegen snijlijn van elk dakvlak, met elk daaronder staand buitenwerks gevelvlak, tot aan de kruin van de weg, danwel tot het aan het gebouw aansluitende afgewerkte maaiveld, indien dit meer dan 0,20 m boven of beneden de kruin van de weg is gelegen.

2.2 de inhoud van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren en dakvlakken en boven de begane grondvloer, zulks met inbegrip van erkers en dakkapellen, met dien verstande dat bij woonruimten in gebouwen, die niet uitsluitend voor bewoning zijn bestemd, de inhoud van de woning wordt gemeten boven de afgewerkte vloer van de woning.

2.3 (nok)hoogte van gebouwen

verticaal vanaf het hoogste punt van het gebouw tot aan de kruin van de weg, danwel tot het aan het gebouw aansluitende afgewerkte maaiveld, indien dit meer dan 0,20 m boven of beneden de kruin van de weg is gelegen, met dien verstande, dat schoorstenen, liftschachten, lichtkoepels, antennes en soortgelijke bouwdelen van een bouwwerk buiten beschouwing blijven

2.4 hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde

verticaal vanaf het hoogste punt van het bouwwerk tot aan het aansluitende afgewerkte maaiveld.

2.5 afgewerkt maaiveld

bij de toepassing van 2.1, 2.3, 2.4 en 2.6 wordt als afgewerkt maaiveld ten hoogste 0,50 m boven het oorspronkelijke maaiveld aangehouden.

2.6 ondergronds

de voor mensen toegankelijke vloer van het bouwwerk ligt meer dan 0,50 m onder het afgewerkt maaiveld.

2.7 breedte van bouwpercelen

tussen de zijdelingse perceelsgrenzen van het bouwperceel in de naar de zijde van de weg gekeerde bestemmingsgrens.

2.8 afstand tot de (zijdelingse) perceelgrens

de kortste afstand van enig punt van een bouwwerk tot de (zijdelingse) perceelsgrens van het bouwperceel.

2.9 afstand van gebouwen

de kortste afstand tussen de buitenwerkse gevelvlakken van de gebouwen.

2.10 vloeroppervlakte

gemeten (op alle bouwlagen) op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies of tot het hart van de desbetreffende scheidingsconstructie, indien de binnenruimte van het gebouw grenst aan de binnenruimte van een ander gebouw.

2.11 de oppervlakte van een bouwwerk

horizontaal buitenwerks tussen de gevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren en wel 1 meter boven de begane grondvloer danwel indien het bouwwerk uit meerdere bouwlagen bestaat, over de laag met het grootste oppervlak.

2.12 de hoogte van een windturbine

vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine.

2.13 inhoud overkappingen, carports en daarmee gelijk te stellen gebouwen en bouwwerken

vanaf peil tot aan de buitenzijde van het dak en tussen de buitenwerkse maten van de draagconstructie. Overstekken tot 0,60 m worden niet meegeteld bij de berekening van de inhoud.