direct naar inhoud van Artikel 9 Maatschappelijk
Plan: Blitterswijck
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0984.BP11025-ON01

Artikel 9 Maatschappelijk

9.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. maatschappelijke dienstverlening;
  • b. welzijnsvoorzieningen;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'begraafplaats', een begraafplaats;
  • d. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en het stedenbouwkundig beeld ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - gemeentelijk monument';
  • e. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en het stedenbouwkundig beeld ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - monument'.

met daaraan ondergeschikt ten dienste van voornoemde voorzieningen onder a. en b.:

  • f. ondergeschikte horeca ter plaatse van de aanduiding 'horeca';

met daarbij behorende:

  • g. hoofdgebouwen;
  • h. bouwwerken, geen gebouw zijnde;
  • i. tuinen en erven;
  • j. paden en verhardingen;
  • k. voorzieningen van algemeen nut;
  • l. parkeervoorzieningen;
  • m. waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • n. bijbehorende voorzieningen.
9.2 Bouwregels
9.2.1 Algemeen

Bouwen is ter plaatse van de aanduidingen ‘specifieke vorm van maatschappelijk – monument’ en ‘specifieke vorm van maatschappelijk – gemeentelijk monument’ niet toegestaan. Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd bij een aanvraag om een omgevingsvergunning af te wijken van deze bepaling, met toepassing van de voorwaarden in artikel 9.4.1.

9.2.2 Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen:

  • a. gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;
  • b. het bouwvlak mag worden bebouwd tot maximaal het door middel van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage' aangeduide bebouwingspercentage;
  • c. de goothoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale goothoogte' is aangegeven;
  • d. de minimale afstand tot de perceelsgrenzen bedraagt 3 meter.
9.2.3 Bijgebouwen

Voor het bouwen van bijgebouwen gelden de volgende regels:

  • a. de bijgebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;
  • b. het bouwvlak mag worden bebouwd tot maximaal het door middel van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage' aangeduide bebouwingspercentage;
  • c. de goothoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale goothoogte' is aangegeven;
  • d. de minimale afstand tot de perceelsgrenzen bedraagt 3 meter.
9.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen:

  • a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd, met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen, welke binnen het gehele bestemmingsvlak zijn toegestaan;
  • b. de maximale bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt 2 meter, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen voor zover gelegen voor de voorgevelrooilijn maximaal 1 meter mag bedragen;
  • c. de maximale bouwhoogte van voorzieningen voor de openbare verlichting bedraagt 8 meter;
  • d. de maximale bouwhoogte van antennes en antennemasten bedraagt 12 meter;
  • e. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 3 meter.
9.3 Nadere eisen

Ten aanzien van het bepaalde in artikel 9.2 zijn Burgemeester en wethouders bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van:

  • a. de situering en afmetingen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde;
  • b. de situering en afmetingen van de bouwpercelen, mits deze eisen blijven binnen de in het plan neergelegde begrenzingen en indien zulks noodzakelijk is in verband met:
    • 1. de woonsituatie;
    • 2. het straat- en bebouwingsbeeld;
    • 3. het verkeers-, sociale en brandveiligheid;
    • 4. de milieusituatie;
    • 5. de gebruiksmogelijkheden in aangrenzende bestemmingen.
9.4 Afwijken van de bouwregels
9.4.1 Monument

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een aanvraag om een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 9.2.1 voor het bouwen ter plaatse van de aanduidingen ‘specifieke vorm van maatschappelijk – monument’ en ‘specifieke vorm van maatschappelijk – gemeentelijk monument’, onder de voorwaarden dat:

  • a. geen wezenlijke verandering wordt aangebracht aan de karakteristieke bebouwing;
  • b. het bouwen het stedenbouwkundige beeld en de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse niet aantast;
  • c. de gebruiksmogelijkheden van de gronden niet worden beperkt.
9.4.2 Verhogen goothoogte

Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd bij een aanvraag om een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in 9.2.2 onder c. voor het verhogen van de maximale goothoogte, met dien verstande dat:

  • a. de goothoogte met maximaal 3 meter mag worden vergroot;
  • b. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad;
  • c. het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig worden geschaad.
9.4.3 Hoogte bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd bij een aanvraag om een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in 9.2.4 onder e. voor het verhogen van de maximale bouwhoogte, met dien verstande dat:

  • a. de bouwhoogte maximaal 8 meter bedraagt;
  • b. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad;
  • c. het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig worden geschaad.
9.5 Specifieke gebruiksregels

Tot een strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gronden en opstallen voor:

  • a. wonen;
  • b. detailhandel;
  • c. seksinrichtingen.
9.6 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de bestemming 'Maatschappelijk' geheel of gedeeltelijk wijzigen in de bestemming 'Wonen', onder de voorwaarden dat:

  • a. voldaan wordt aan het bepaalde in Flora- en Faunawet;
  • b. er moet sprake zijn van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid;
  • c. de nieuwe bestemming past in de omgeving en de parkeerbalans niet onevenredig wordt aangetast;
  • d. de te realiseren woningen passen binnen de regionale afspraken over verdeling van woningbouw;
  • e. de belangen van derden niet onevenredig worden aangetast.