direct naar inhoud van Artikel 8 Horeca
Plan: Blitterswijck
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0984.BP11025-ON01

Artikel 8 Horeca

8.1 Bestemmingsomschrijving
8.1.1 Algemeen

De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. horeca tot en met horecacategorie 2;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning', een bedrijfswoning met bijgebouwen;

met daarbij behorende:

  • c. hoofdgebouwen;
  • d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  • e. tuinen en erven;
  • f. paden en verhardingen;
  • g. doeleinden van openbaar nut;
  • h. waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • i. parkeervoorzieningen;
  • j. bijbehorende voorzieningen.
8.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen

Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 25.3.

8.2 Bouwregels
8.2.1 Algemeen

Op de voor 'Horeca' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:

  • a. gebouwen ten behoeve van de in artikel 8.1 genoemde bestemming;
  • b. bijgebouwen ten behoeve van de in artikel 8.1 genoemde bestemming;
  • c. bouwwerken, geen gebouw zijnde.
8.2.2 Regels voor bedrijfsgebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:

  • a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak worden gebouwd;
  • b. het bouwvlak mag worden bebouwd tot maximaal het door middel van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage' aangeduide bebouwingspercentage, met dien verstande dat het bebouwingspercentage niet van toepassing is op de bedrijfswoning en bijbehorende bouwwerken.
  • c. per bouwvlak is maximaal één bedrijf toegestaan;
  • d. de goothoogte mag maximaal 6 meter bedragen;
  • e. de hoofdgebouwen dienen te worden voorzien van een kap met een dakhelling van ten minste 30o en ten hoogste 65o;
8.2.3 Regels voor bedrijfswoningen

Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels:

  • a. een bedrijfswoning mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd en uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning';
  • b. per bouwperceel is maximaal 1 bedrijfswoning toegestaan;
  • c. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 4,5 m;
  • d. de dakhelling bedraagt minimaal 30o en maximaal 65o;
  • e. de inhoud van de woning mag niet meer bedragen dan 750 m3;
  • f. de minimale afstand tot de perceelsgrenzen bedraagt 3 meter.
8.2.4 Regels voor bijgebouwen

Voor het bouwen van bijgebouwen ten behoeve van de bedrijfswoningen gelden de volgende regels:

  • a. bijgebouwen alleen binnen een bouwvlak worden gebouwd;
  • b. de totale oppervlakte aan bijgebouwen bedraagt maximaal 50 m2;
  • c. de goothoogte van bijgebouwen bedraagt maximaal 3 meter;
  • d. de bouwhoogte van bijgebouwen bedraagt maximaal 4,5 meter;
  • e. de dakhelling van bijgebouwen bedraagt maximaal 45o;
  • f. de minimale afstand tot de voorgevelrooilijn bedraagt 3 meter;
  • g. indien het perceel gelegen achter de achtergevelrooilijn van de bedrijfswoning voor niet meer dan 40% is bebouwd, mag in afwijking van artikel 8.2.4 onder b, de totale oppervlakte aan bijgebouwen maximaal 70 m2 bedragen.
8.2.5 Regels voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van (overige) bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd, met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen, welke binnen het gehele bestemmingsvlak zijn toegestaan;
  • b. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 meter, met uitzondering van:
    • 1. erfafscheidingen, die voor de voorgevelrooilijn van enig (hoofd)gebouw maximaal 1 meter mogen zijn en achter de voorgevelrooilijn van enig (hoofd)gebouw maximaal 2 meter mogen zijn;
    • 2. voorzieningen voor de openbare verlichting, die maximaal 8 meter hoog mogen zijn;
    • 3. antenne-installaties en lichtmasten, die maximaal 12 meter hoog mogen zijn.
8.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van:

  • a. de situering en afmetingen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  • b. de situering en afmetingen van bouwpercelen,

mits deze blijven binnen de in het plan neergelegde begrenzingen en indien zulks noodzakelijk is in verband met:

    • 1. de woonsituatie;
    • 2. het straat- en bebouwingsbeeld;
    • 3. de verkeers-, sociale en brandveiligheid;
    • 4. de milieusituatie;
    • 5. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken.
8.4 Afwijken van de bouwregels
8.4.1 Goothoogte

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in 8.2.2 onder d voor het verhogen van de maximale goothoogte, met dien verstande dat:

  • a. de goothoogte met maximaal 3 meter mag worden vergroot;
  • b. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad;
  • c. het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig worden geschaad.
8.4.2 Dakhelling

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 8.2.2 onder e voor een afwijkende dakvorm dan wel voor een kap met een afwijkende dakhelling, onder de voorwaarden dat:

  • a. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad;
  • b. het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig worden geschaad;
  • c. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet worden aangetast.
8.4.3 Hoogte bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 8.2.5 onder b voor het verhogen van de maximale bouwhoogte, met dien verstande dat:

  • a. de bouwhoogte maximaal 8 meter bedraagt;
  • b. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad;
  • c. het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig worden geschaad.
8.5 Specifieke gebruiksregels
8.5.1 Verboden gebruik

Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als:

  • a. de uitoefening van een bedrijf anders dan ingevolge artikel 8.1 is toegestaan;
  • b. wonen, behoudens in een bedrijfswoning als bedoeld in artikel 8.1.1 onder b;
  • c. seksinrichtingen.
8.6 Wijzigingsbevoegdheid
8.6.1 Wijziging in de bestemming Wonen of Maatschappelijk

Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming geheel of gedeeltelijk wijzigen in de bestemming 'Wonen' of 'Maatschappelijk' onder de voorwaarden dat:

  • a. voldaan wordt aan het bepaalde in de Flora en faunawet;
  • b. er sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid;
  • c. indien voor de wijziging noodzakelijk, uit onderzoek blijkt dat bedrijfsvoering van omliggende bedrijven en agrarische bedrijven niet wordt belemmerd;
  • d. indien gelet op de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2', 'Waarde - Archeologie 3', 'Waarde - Archeologie 4' of 'Waarde - Archeologie 5' noodzakelijk, uit onderzoek blijkt dat ter plaatse geen archeologische waarden in het geding zijn en indien zulks wel het geval is, hoe deze waarden dan kunnen worden behouden;
  • e. de ontwikkeling vanuit planologisch/stedenbouwkundig oogpunt passend is in de omgeving;
  • f. de parkeerbalans niet onevenredig nadelig wordt beïnvloed;
  • g. een wijziging naar 'Wonen' voorts alleen mogelijk is indien de toename in woningen is afgestemd binnen de regionale afspraken over verdeling van woningbouw;
  • h. belangen van derden niet onevenredig worden geschaad.