direct naar inhoud van Artikel 5 Agrarisch met waarden
Plan: Blitterswijck
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0984.BP11025-ON01

Artikel 5 Agrarisch met waarden

5.1 Bestemmingsomschrijving
5.1.1 Algemeen

De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. agrarisch grondgebruik;
  • b. behoud, ontwikkeling en versterking van:
    • 1. de aanwezige landschappelijke waarden, in het bijzonder van het esdorpenlandschap en de beekdalen;
    • 2. bestaande natuurwaarden al dan niet in combinatie met agrarisch gebruik;
  • c. dagrecreatiefmedegebruik 1 en 2;
  • d. erfbeplanting, wegbeplanting, landschapselementen, bosschages;
  • e. bestaande voorzieningen van openbaar nut;
  • f. waterhuishoudkundige doeleinden;
  • g. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en het stedenbouwkundig beeld ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - gemeentelijk monument'.

een en ander met bijbehorende voorzieningen, waaronder parkeervoorzieningen, in- en uitritten en tuinen.

5.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen

Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 25.3.

5.2 Bouwregels
  • a. bouwen is niet toegestaan, met uitzondering van:
    • 1. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, welke qua aard en omvang passen in de bestemmingsomschrijving met een hoogte van maximaal 2,00 meter.
  • b. bouwen is ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – gemeentelijk monument’ niet toegestaan. Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd bij een aanvraag om een omgevingsvergunning af te wijken van deze bepaling, met toepassing van de voorwaarden in artikel 5.3.1;
5.3 Afwijken van de bouwregels
5.3.1 Monument

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een aanvraag om een omgevingsvergunning

af te wijken van het bepaalde in artikel 11.2.1 onder a. voor het bouwen ter plaatse van de

aanduidingen ‘specifieke vorm agrarisch – gemeentelijk monument’, onder de voorwaarden dat:

  • a. geen wezenlijke verandering wordt aangebracht aan de karakteristieke bebouwing;
  • b. het bouwen het stedenbouwkundige beeld en de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse niet aantast;
  • c. de gebruiksmogelijkheden van de gronden niet worden beperkt.

Tenzij de gebruiksmogelijkheden van de gronden en/of bouwwerken ter plaatse van de aanduidingen ‘specifieke vorm van agrarisch - gemeentelijk monument’ zodanig worden beperkt en de bebouwing en beeldkwaliteit niet onevenredig geschaad worden.

5.3.2 Sport en speelvoorzieningen

Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd bij een aanvraag om een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in 5.2 onder b voor het plaatsen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van sport en speelvoorzieningen, met dien verstande dat:

  • a. deze voorzieningen en de situering ervan passend zijn binnen het straat- en bebouwingsbeeld van de kern;
  • b. de bouwwerken een hoogte hebben van maximaal 4 meter;
  • c. de belangen van de eigenaren en / of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad;
  • d. de landschappelijke waarden niet onevenredig worden geschaad.
5.4 Specifieke gebruiksregels

Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als:

  • a. het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens:
    • 1. voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik;
    • 2. tijdelijke opslag van geoogste producten met een maximum van drie maanden;
  • b. het gebruik van opstallen voor opslagdoeleinden, uitgezonderd:
    • 1. opslagdoeleinden die verband houden met het op de bestemming gerichte gebruik van opstallen;
    • 2. statische opslag in niet meer functionele agrarische bedrijfsbebouwing, niet zijnde kassen;
  • c. het gebruik van de gronden als plaats voor kampeermiddelen, waaronder tevens caravans ten behoeve van de huisvesting door tijdelijke werknemers;
  • d. het gebruik van gronden en opstallen voor detailhandel;
  • e. het gebruik van gronden en opstallen voor niet-agrarische activiteiten op een agrarisch bedrijf;
  • f. het gebruik van gronden en opstallen voor het bewerken van agrarische producten;
  • g. het gebruik van de agrarische bedrijfswoning voor de huisvesting van tijdelijke werknemers;
  • h. het gebruik van gronden als containerteeltvelden;
  • i. het gebruik van opstallen ten behoeve van horecadoeleinden;
  • j. het gebruik van gronden en opstallen ten behoeve van mestverwerkingsactiviteiten
  • k. bedrijf aan huis;
  • l. het gebruik voor mantelzorg;
  • m. het uitoefenen van nevenactiviteiten;
  • n. het gebruik van hagelnetten;
  • o. het gebruik van bestaande opstallen voor kleinschalige verblijfsrecreatie;
  • p. bevi-inrichtingen;
  • q. de opslag van gevaarlijke stoffen, zoals kunstmeststoffen en propaan anders dan bestaande situaties, die een 10-6 risicocontour hebben die de aanduiding 'bouwvlak' overschrijdt;
  • r. het racen of crossen met motorrijtuigen of (brom)fietsen;
  • s. militaire oefeningen;
  • t. standplaats voor wagens, geschikt en bestemd voor de uitoefening van handel;
  • u. standplaats voor woonwagens;
  • v. seksinrichting.
5.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
5.5.1 Vergunningplicht

Het is verboden op of in de voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het aanleggen, verharden of verwijderen van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen of verwijderen van andere oppervlakteverhardingen;
  • b. het graven, verbreden, uitdiepen, dempen en/of verleggen van watergangen;
  • c. het ontginnen, bodemverlagen of afgraven, ophogen en/of egaliseren van de bodem, behoudens de aanleg van drinkpoelen;
  • d. het verwijderen van natuur- en landschapselementen;
  • e. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
  • f. het aanbrengen of aanleggen van oeverbeschoeiingen, kaden, aanleg- en ligplaatsen of vlonders;
  • g. het vellen en/of rooien van houtgewas of het verrichten van werkzaamheden, welke de dood of ernstige beschadiging van houtgewas ten gevolge kunnen hebben;
  • h. het verrichten van exploratie- en exploitatieboringen ten behoeve van de winning van delfstoffen, olie of gas.
5.5.2 Uitzonderingen vergunningplicht

Het bepaalde in artikel 5.5.1 is niet van toepassing op:

  • a. normale onderhoudswerkzaamheden;
  • b. werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis;
  • c. werken of werkzaamheden in het kader van de normale bodemexploitatie en het normale bodemgebruik;
  • d. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn krachtens een verleende (omgevings)vergunning/ontheffing of andere toestemming, dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde (omgevings)vergunning/ontheffing of andere toestemming kunnen worden uitgevoerd.
5.5.3 Toelaatbaarheid

De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 5.5.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen voor de in artikel 5.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van de bedoelde waarden, niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.