direct naar inhoud van Artikel 4 Agrarisch - Agrarisch bedrijf
Plan: Blitterswijck
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0984.BP11025-ON01

Artikel 4 Agrarisch - Agrarisch bedrijf

4.1 Bestemmingsomschrijving
4.1.1 Algemeen

De voor 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. de uitoefening van een agrarisch bedrijf;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning', het wonen in een bedrijfswoning;
  • c. beroep aan huis tot een maximum van 40 m²;
  • d. detailhandelsactiviteiten, mits direct gerelateerd aan de bedrijfsfunctie tot een maximum vloeroppervlakte van 100 m²;

een en ander met bijbehorende voorzieningen, waaronder:

  • e. bestaande voorzieningen van openbaar nut;
  • f. waterhuishoudkundige doeleinden.
  • g. groen;
  • h. parkeervoorzieningen;
  • i. in- en uitritten;
  • j. tuinen;

met dien verstande dat:

    • 1. ten behoeve van de ter plaatse aanwezige functie moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein.
4.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen

Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 25.3.

4.2 Bouwregels
4.2.1 Algemeen

Op de voor 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:

  • a. gebouwen ten behoeve van de in artikel 4.1 genoemde bestemming;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning', één bedrijfswoning per bouwperceel;
  • c. bijgebouwen bij de bedrijfswoning;
  • d. tijdelijke kassen en tunnels;
  • e. permanente ondersteunende kassen;
  • f. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
4.2.2 Regels voor gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:

  • a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak worden gebouwd;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage', geldt het op de verbeelding aangegeven maximale bebouwingspercentage. Indien geen aanduiding is opgenomen, mag het bouwvlak volledig worden bebouwd;
  • c. per bouwvlak is maximaal één agrarisch bedrijf toegestaan;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte', geldt de op de verbeelding aangegeven maximale goothoogte;
  • e. ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte', geldt de op de verbeelding aangegeven maximale bouwhoogte.
4.2.3 Regels voor bedrijfswoningen

Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels:

  • a. bedrijfswoningen mogen uitsluitend worden gerealiseerd ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning';
  • b. per bouwperceel is maximaal één bedrijfswoning toegestaan;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'maximale goothoogte', geldt de op de verbeelding aangegeven maximale goothoogte;
  • d. de bedrijfswoning dient met een kap te worden afgedekt, waarvan de dakhelling ten minste 30o en ten hoogste 65o bedraagt;
  • e. de inhoud van een bedrijfswoning mag maximaal 750 m3 bedragen
4.2.4 Regels voor bijgebouwen bij bedrijfswoningen

Voor het bouwen van bijgebouwen bij de bedrijfswoning gelden de volgende regels:

  • a. bijgebouwen mogen zowel binnen als buiten het op de verbeelding aangegeven bouwvlak worden gebouwd, voor zover gelegen achter de achtergevelrooilijn;
  • b. de totale oppervlakte aan bijgebouwen bedraagt maximaal 50 m2;
  • c. de goothoogte van bijgebouwen bedraagt maximaal 3 meter;
  • d. de bouwhoogte van bijgebouwen bedraagt maximaal 4,5 meter;
  • e. de dakhelling van bijgebouwen bedraagt maximaal 45o;
  • f. indien het perceel gelegen achter de achtergevelrooilijn van de bedrijfswoning voor niet meer dan 40% is bebouwd, mag in afwijking van artikel 4.2.4 onder b, de totale oppervlakte aan bijgebouwen maximaal 70 m2 bedragen.
4.2.5 Regels voor ondersteunende kassen en tunnels

Voor het bouwen van tijdelijke en/of permanente (ondersteunende) kassen en tunnels, gelden de volgende regels:

  • a. ondersteunende kassen en tunnels mogen zowel binnen als buiten het op de verbeelding aangegeven bouwvlak worden gebouwd;
  • b. de totale oppervlakte aan ondersteunende kassen en tunnels bedraagt maximaal 750 m2;
  • c. de bouwhoogte van ondersteunende kassen en tunnels bedraagt maximaal 3 meter;
4.2.6 Regels voor (overige) bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van (overige) bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen zowel binnen als buiten het op de verbeelding aangegeven bouwvlak worden gebouwd, met uitzondering van overkappingen welke uitsluitend binnen het bouwvlak mogen worden gebouwd;
  • b. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 meter, met uitzondering van:
    • 1. erfafscheidingen, die voor de voorgevelrooilijn van enig (hoofd)gebouw maximaal 1 meter mogen zijn en achter de voorgevelrooilijn van enig (hoofd)gebouw maximaal 2 meter mogen zijn;
    • 2. voorzieningen voor de openbare verlichting, die maximaal 8 meter hoog mogen zijn;
    • 3. antenne-installaties en lichtmasten, die maximaal 12 meter hoog mogen zijn.
4.3 Nadere eisen
4.3.1 Onderwerpen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van:

  • a. de situering en afmetingen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  • b. de situering en afmetingen van bouwpercelen,

mits deze blijven binnen de in het plan neergelegde begrenzingen en indien zulks noodzakelijk is in verband met:

    • 1. de woonsituatie;
    • 2. het straat- en bebouwingsbeeld;
    • 3. de verkeers-, sociale en brandveiligheid;
    • 4. de milieusituatie;
    • 5. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken en van omliggende waarden.
4.4 Specifieke gebruiksregels
4.4.1 Verboden gebruik

Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als:

  • a. het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens:
    • 1. voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik en het plaatsvindt binnen het bouwvlak; of
    • 2. tijdelijke opslag van geoogste producten met een maximum van drie maanden;
  • b. het gebruik van opstallen voor opslagdoeleinden, uitgezonderd:
    • 1. opslagdoeleinden die verband houden met het op de bestemming gerichte gebruik van opstallen;
    • 2. statische opslag in niet meer functionele agrarische bedrijfsbebouwing, niet zijnde kassen;
  • c. het gebruik van de gronden als plaats voor kampeermiddelen, waaronder tevens caravans ten behoeve van de huisvesting door tijdelijke werknemers;
  • d. het gebruik van gronden en opstallen voor detailhandel;
  • e. het gebruik van gronden en opstallen voor niet-agrarische activiteiten op een agrarisch bedrijf;
  • f. het gebruik van gronden en opstallen voor het bewerken van agrarische producten;
  • g. het gebruik van de agrarische bedrijfswoning voor de huisvesting van tijdelijke werknemers;
  • h. het gebruik van de agrarische bedrijfswoning en (agrarische) bedrijfsgebouwen voor de huisvesting van stagiaires en grooms voor het africhten van paarden;
  • i. het gebruik van (agrarische) bedrijfsgebouwen (stallen) en bijgebouwen voor bewoning;
  • j. het gebruik van recreatiewoningen ten behoeve van permanente bewoning;
  • k. het gebruik van gronden als containerteeltvelden buiten de bouwvlakken voor een agrarisch bedrijf;
  • l. het gebruik van opstallen ten behoeve van horecadoeleinden;
  • m. het gebruik van gronden en opstallen ten behoeve van mestverwerkingsactiviteiten behoudens activiteiten welke ondergeschikt zijn aan het agrarisch bedrijf waarbij de mest afkomstig is van hetzelfde bedrijf;
  • n. het omschakelen van een agrarisch bedrijf naar een glastuinbouwbedrijf of een intensieve veehouderij;
  • o. aan-huis-gebonden-bedrijf;
  • p. het gebruik voor mantelzorg;
  • q. het omschakelen van een agrarisch bedrijf naar niet- grondgebonden agrarische bedrijvigheid;
  • r. het uitoefenen van nevenactiviteiten, uitgezonderd verkoop van streekeigen producten binnen het bouwvlak tot een verkoopvloeroppervlak van maximaal 100 m²;
  • s. het gebruik van hagelnetten;
  • t. het gebruik van bestaande opstallen voor kleinschalige verblijfsrecreatie;
  • u. bevi-inrichtingen;
  • v. de opslag van gevaarlijke stoffen, zoals kunstmeststoffen en propaan anders dan bestaande situaties, die een 10-6 risicocontour hebben die de aanduiding 'bouwvlak' overschrijdt.
4.5 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone - wijzigingsgebied' de bestemming geheel of gedeeltelijk wijzigen in 'Wonen', Verkeer' of 'Groen', mits:

  • a. uit onderzoek blijkt dat de bodem geschikt is voor het toekomstig gebruik;
  • b. indien voor de wijziging noodzakelijk, uit onderzoek blijkt dat voldaan wordt aan de wettelijke normen voor geluid;
  • c. indien voor de wijziging noodzakelijk, uit onderzoek blijkt dat bedrijfsvoering van omliggende bedrijven en agrarische bedrijven niet wordt belemmerd;
  • d. indien gelet op de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2', Waarde - Archeologie 3, 'Waarde - Archeologie 4' of 'Waarde - Archeologie 5' noodzakelijk, uit onderzoek blijkt dat ter plaatse geen archeologische waarden in het geding zijn en indien zulks wel het geval is, hoe deze waarden dan kunnen worden behouden;
  • e. de ontwikkeling vanuit planologisch/stedenbouwkundig oogmerk passend is in de omgeving;
  • f. de parkeerbalans niet onevenredig nadelig wordt beïnvloed;
  • g. een wijziging naar 'Wonen' voorts alleen mogelijk is indien de toename in woningen past binnen de regionale afspraken over verdeling van woningbouw.