direct naar inhoud van Artikel 3 Agrarisch
Plan: Blitterswijck
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0984.BP11025-ON01

Artikel 3 Agrarisch

3.1 Bestemmingsomschrijving
3.1.1 Algemeen

De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. agrarisch grondgebruik;
  • b. dagrecreatief medegebruik 1 en 2;
  • c. erfbeplanting, wegbeplanting, landschapselementen, bosschages;
  • d. bestaande voorzieningen van openbaar nut;
  • e. het behoud
  • f. waterhuishoudkundige doeleinden;

een en ander met bijbehorende voorzieningen, waaronder parkeervoorzieningen, in- en uitritten en tuinen, met dien verstande dat:

  • g. hobbyweides zijn toegestaan;
  • h. ten behoeve van de ter plaatse aanwezige functie moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein.
3.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen

Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 25.3.

3.2 Bouwregels

Bouwen is niet toegestaan, met uitzondering van:

  • a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, welke qua aard en omvang passen in de bestemmingsomschrijving met een hoogte van maximaal 2,00 meter.
3.3 Afwijken van de bouwregels

Middels een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 3.2 onder a van de planregels voor:

  • a. de oprichting van een schuilgelegenheid voor dieren, onder de voorwaarde dat:
      • de hoogte maximaal 3 meter bedraagt;
      • de bebouwingsoppervlakte is afgestemd op het beoogde gebruik en de locatie, met een maximum van 30 m2;
      • de afstand tot de bestemming 'Verkeer' bedraagt ten minste 30 meter;
      • de locatie grenst niet aan het bouwvlak van een (agrarisch) bedrijf;
      • maximaal één schuilgelegenheid is toegestaan per hectare;
      • het perceel waarop de schuilgelegenheid wordt gerealiseerd dient een oppervlak te hebben van minimaal 1 ha;
      • er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van de omliggende waarden en functies.
  • b. (hoge) tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen tot een maximale hoogte van 2,5 m. op afstand van het bouwvlak toestaan onder de volgende voorwaarden:
      • voorzieningen dienen aansluitend aan het bouwvlak worden opgericht tenzij vanuit landbouwkundige motieven aangetoond kan worden dat aansluiting aan het bestaande bouwvlak niet mogelijk is;
      • indien de oppervlakte ten behoeve van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen na oprichting meer dan 10% van de totale teeltoppervlakte van het bedrijf uitmaakt, is een positief advies noodzakelijk van de adviescommissie;
      • oprichting vanwege een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is;
      • de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast;
      • sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid.
3.4 Specifieke gebruiksregels
3.4.1 Verboden gebruik

Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als:

  • a. het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens:
    • 1. voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik en het plaatsvindt binnen het bouwvlak; of
    • 2. tijdelijke opslag van geoogste producten met een maximum van drie maanden;
  • b. het gebruik van opstallen voor opslagdoeleinden, uitgezonderd:
    • 1. opslagdoeleinden die verband houden met het op de bestemming gerichte gebruik van opstallen;
    • 2. statische opslag in niet meer functionele agrarische bedrijfsbebouwing, niet zijnde kassen;
  • c. het gebruik van de gronden als plaats voor kampeermiddelen, waaronder tevens caravans ten behoeve van de huisvesting door tijdelijke werknemers;
  • d. het gebruik van gronden en opstallen voor detailhandel;
  • e. het gebruik van gronden en opstallen voor niet-agrarische activiteiten;
  • f. het gebruik van gronden en opstallen voor het bewerken van agrarische producten;
  • g. het gebruik van gronden als containerteeltvelden;
  • h. het gebruik van gronden en opstallen ten behoeve van mestverwerkingsactiviteiten;
  • i. bedrijf aan huis;
  • j. het gebruik voor mantelzorg;
  • k. het uitoefenen van nevenactiviteiten;
  • l. het gebruik van hagelnetten;
  • m. het gebruik van bestaande opstallen voor kleinschalige verblijfsrecreatie;
  • n. het gebruik van bestaande opstallen voor horecadoeleinden;
  • o. bevi-inrichtingen;
  • p. de opslag van gevaarlijke stoffen, zoals kunstmeststoffen en propaan anders dan bestaande situaties, die een 10-6 risicocontour hebben die de aanduiding 'bouwvlak' overschrijdt;
  • q. het racen of crossen met motorrijtuigen of (brom)fietsen;
  • r. militaire oefeningen;
  • s. standplaats voor wagens, geschikt en bestemd voor de uitoefening van handel;
  • t. standplaats voor woonwagens;
  • u. seksinrichting.