Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: De Hulst I
Status: ontwerp
Plan identificatie: NL.IMRO.0984.BP11017-on01

Artikel 4 Bedrijf

4.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Bedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. bedrijven, opslagen en installaties:
    1. behorende tot de categorieën 1 en 2 zoals opgenomen in de ‘staat van bedrijfsactiviteiten’ ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - 1 t/m 2’;
    2. behorende tot de categorieën 1 t/m 3.2 zoals opgenomen in de ‘staat van bedrijfsactiviteiten’ ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - 1 t/m 3.2’;
    3. behorende tot de categorieën 2 t/m 3.2 zoals opgenomen in de ‘staat van bedrijfsactiviteiten’ ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - 2 t/m 3.2’;
met dien verstande dat geluidszoneringsplichtige en risicovolle inrichtingen niet zijn toegestaan;
  1. kantooractiviteiten ten dienste van de onder a genoemde bedrijvigheid, met dien verstande dat per bedrijf maximaal 30% van het brutovloeroppervlak ten behoeve van de kantooractiviteiten mag worden aangewend;
  2. detailhandel, met een brutovloeroppervlak van maximaal 50 m2 per detailhandelvestiging, ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - 1 t/m 3.2’;
  3. detailhandel in de branches zoals beschreven in artikel 1.59 sub a, b en c, uitsluitend voor zover bestaand;
  4. een verkooppunt voor motorbrandstoffen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘verkooppunt motorbrandstoffen zonder LPG’, met dien verstande dat de verkoop van lpg niet is toegestaan;
  5. bedrijfswoningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’. Per bouwperceel is één bedrijfswoning is toegestaan, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal woonheden’ maximaal het aantal bedrijfswoningen aanwezig mag zijn dat ter plaatse op de verbeelding is aangeven;
  6. een bedrijfswoning in de vorm van een woonwagen / chalet, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘woonwagenstandplaats’;
  7. ondergeschikte detailhandel in goederen welke ter plaatse zijn vervaardigd of ter plaatse een essentiële bewerking hebben ondergaan, zulks met uitzondering van detailhandel in voedings- en genotsmiddelen;
met de daarbij behorende
  1. erven en tuinen;
  2. interne ontsluitingsstructuren;
  3. (voorzieningen ten behoeve van) laden en lossen en parkeervoorzieningen;
  4. voet- en rijwielpaden;
  5. groenvoorzieningen;
  6. overige bijbehorende voorzieningen;
  7. (openbare) nutsvoorzieningen;
  8. ondergrondse en/of bovengrondse waterhuishoudkundige voorzieningen;
met dien verstande dat binnen de bestemming ‘Bedrijf’ ten alle tijden ten aanzien van de ter plaatse aanwezige functie moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein.
4.2 Bouwregels

 
4.2.1 Algemeen
  1. op of in de voor ‘Bedrijf’ aangewezen gronden mogen slechts die gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden opgericht welke qua aard en afmetingen bij deze bestemming passen;
  2. het bebouwingspercentage bedraagt per bouwperceel maximaal 60 %.
4.2.2 Gebouwen
Ten aanzien van de situering en maatvoering van gebouwen gelden de volgende bepalingen:
  1. gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden opgericht, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - woon-werkkavel’ de afstand van een bedrijfsgebouw tot de bestemming ‘Verkeer’ minimaal 15 m bedraagt;
  2. de maximale goot- en bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximale bouwhoogte (m)’ is aangegeven;
  3. de afstand van gebouwen tot de bouwperceelgrenzen bedraagt minimaal 5 m, met dien verstande dat één zijgevel in de zijdelingse bouwperceelgrens mag worden opgericht.
4.2.3 Bedrijfswoningen
Ten aanzien van de situering en maatvoering van bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen:
  1. bedrijfswoningen dienen binnen het bouwvlak te worden opgericht;
  2. de voorgevel van bedrijfswoningen dient georiënteerd te worden op de naar de openbare weg gekeerde bouwgrens;
  3. de goothoogte van bedrijfswoningen bedraagt maximaal 6 m;
  4. de breedte van de voorgevel van bedrijfswoningen bedraagt minimaal 5,5 meter;
  5. de inhoud bedrijfswoningen bedraagt maximaal 825 m3;
  6. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - woon-werkkavel’ bedraagt de minimale kavelgrootte 1.000 m2. 
4.2.4 Bijgebouwen behorende bij en ten dienste van een bedrijfswoning
Ten aanzien van de situering en maatvoering van bijgebouwen behorende bij en ten dienste van een bedrijfswoning gelden de volgende bepalingen:
  1. bijgebouwen behorende bij en ten dienste van een bedrijfswoning hebben een gezamenlijk oppervlak van maximaal 40 m2;
  2. bijgebouwen mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 2 m achter de voorgevel van de bedrijfswoning of de lijn in het verlengde daarvan worden gebouwd;
  3. bijgebouwen dienen in de bouwperceelgrens te worden gebouwd of op minimaal 1 m afstand daarvan;
  4. de goothoogte van de bijgebouwen mag niet hoger zijn dan:
    1. voor aangebouwde bijgebouwen: 0,30 m boven de vloer van de tweede bouwlaag van de bedrijfswoning,  dan wel 3 m indien de bedrijfswoning geen tweede bouwlaag heeft;
    2. voor vrijstaande bijgebouwen: 3 m;
  5. de bouwhoogte van de bijgebouwen bedraagt maximaal 4,5 m;
  6. bijgebouwen mogen worden voorzien van een kap, welke aangekapt of in de vorm van een zadeldak dient te worden gebouwd, met uitzondering van bijgebouwen behorende bij een bedrijfswoning met een plat dak.
4.2.5 Woonwagens / chalets
Ten aanzien van de situering en maatvoering van woonwagens / chalets gelden de volgende bepalingen:
  1. binnen het bouwvlak mag maximaal 1 woonwagen / chalet worden opgericht met dien verstande dat:
    1. 1.   het oppervlak per standplaats maximaal 150 m2 mag bedragen;
    2. 2.   per standplaats maximaal 1 woonwagen / chalet mag worden opgericht;
    3. 3.   per standplaats 1 berging / sanitaire voorziening mag worden opgericht;
  2. het maximum bebouwingspercentage bedraagt per standplaats 65 %, met dien verstande dat het oppervlak van de berging / sanitaire voorziening minimaal 15 m2 en maximaal 16,5 m2 bedraagt.
  3. de goothoogte van woonwagens / chalets bedraagt minimaal 2,60 m en maximaal 3,50 m;
  4. de dakhelling bedraagt maximaal 50°;
  5. de afstand van de woonwagens / chalets tot elkaar en tot de zijdelingse bouwperceelsgrenzen bedraagt minimaal 5 m.
4.2.6 Bouwwerken geen gebouwen zijnde
Ten aanzien van de situering en maatvoering van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen:
  1. de hoogte van erfafscheidingen bedraagt maximaal 2,5 m;
  2. de bouwhoogte van antennes en antennemasten bedraagt maximaal 12 meter;
  3. de hoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 10 m, met dien verstande dat de hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde gesitueerd tussen de bedrijfsbebouwing en de aan de weg gelegen bouwperceelgrens maximaal 2,5 meter bedraagt.
4.3 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de op grond van dit artikel toegelaten situering en afmetingen van gebouwen en andere bouwwerken met een maximum afwijkingspercentage van 10%, indien dit noodzakelijk is, ter voorkoming van onevenredig nadelige gevolgen voor:
  1. het straat en bebouwingsbeeld;
  2. de verkeersveiligheid;
  3. de sociale veiligheid;
  4. de externe veiligheid;
  5. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken.
4.4 Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en Wethouders kunnen middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in:
  1. artikel 4.2.1 sub b voor een verhoging van het maximaal toegestane bebouwingspercentage tot 70%;
  2. artikel 4.2.2 sub b voor een verhoging van de maximaal toegestane bouwhoogte tot 10 m;
  3. artikel 4.2.2 sub c voor het oprichten van een zijgevel op een afstand kleiner dan 5 m van de zijdelingse bouwperceelgrens;
  4. artikel 4.2.6 sub a voor een verhoging van de maximaal toegestane bouwhoogte van erfafscheidingen tot 3 m;
  5. artikel 4.2.6 sub b voor een verhoging van de maximaal toegestane bouwhoogte van reclamezuilen en andere reclame-uitingen tot 10 m;
mits er geen afbreuk wordt gedaan aan het ter plaatse heersende of gewenste stedenbouwkundig beeld en er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de met naburige gronden en de daarop aanwezige opstallen verbonden belangen.
4.5 Specifieke gebruiksregels
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan:
  1. a. het niet voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein ten behoeve van de ter plaatse gevestigde functie(s); de gemeente Venray beschouwt in het kader van dit bestemmingsplan de parkeerkengetallen zoals deze zijn opgenomen in de meest recente CROW publicatie betreffende dit onderwerp als vigerende normstelling;
  2. b. detailhandel, uitgezonderd detailhandel welke is toegestaan conform de regels van dit plan;
  3. c. het opslaan en stallen van materialen buiten de bebouwing, uitgezonderd de uitstalling ten behoeve van verkoop;
  4. d. permanente of tijdelijke bewoning van bebouwing, met uitzondering van een bedrijfswoning.
4.6 Afwijken van de gebruiksregels
Burgemeester en Wethouders kunnen middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in:
  1. artikel 4.1 voor het toestaan van de vestiging van leisure functies, mits:
    1. elders in het stedelijk gebied van de gemeente Venray geen geschikte vestigingslocaties voorhanden zijn;
    2. de belangen van derden (waaronder begrepen de bedrijfsvoering van bestaande bedrijven in de omgeving) niet onevenredig worden belemmerd;
  2. artikel 4.1 sub a onder 1, ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - 1 t/m 2’,  voor het toestaan van een bedrijf in milieucategorie 3.1 of 3.2, dan wel voor het toestaan van een bedrijf dat niet voorkomt op de ‘staat van bedrijfsactiviteiten’ , dat qua aard en omvang van de milieuhinder gelijk kan worden gesteld met een bedrijf in milieucategorie 1 of 2; 
  3. artikel 4.1 sub a onder 2, ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - 1 t/m 3.2’,  voor het toestaan van een bedrijf dat niet voorkomt op de ‘staat van bedrijfsactiviteiten’, dat qua aard en omvang van de milieuhinder gelijk kan worden gesteld met een bedrijf in milieucategorie 1, 2, 3.1 of 3.2; 
  4. artikel 4.1 sub a onder 3, ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - 2 t/m 3.2’,  voor het toestaan van een bedrijf in milieucategorie 4.1 of 4.2, dan wel voor het toestaan van een bedrijf dat niet voorkomt op de ‘staat van bedrijfsactiviteiten’, dat qua aard en omvang van de milieuhinder gelijk kan worden gesteld met een bedrijf in milieucategorie 2, 3.1 of 3.2; 
  5. artikel 4.1 j° artikel 4.5.1 sub a, mits anderszins elders in de omgeving in voldoende parkeergelegenheid is voorzien;
  6. artikel 4.5.1 sub c voor het toestaan van het opslaan en stallen van materialen buiten de bebouwing, mits dit geen nadelige gevolgen geeft voor het ter plaatse gewenste omgevingsbeeld en omgevingskwaliteit.
4.7 Wijzigingsbevoegdheid

4.7.1 Wijziging naar bestemming ‘Verkeer’
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming ‘Bedrijf’ gedeeltelijk te wijzigen in de bestemming ‘Verkeer’ onder de voorwaarden dat:
  1. de noodzaak voor de bestemmingswijziging vanuit verkeerskundig oogpunt voldoende is aangetoond;
  2. er geen sprake is van milieuhygiënische belemmeringen ten aanzien van de bestemmingswijziging;
  3. door de wijziging van de bestemming de belangen van derden (waaronder begrepen de bedrijfsvoering van bestaande bedrijven in de omgeving) niet onevenredig worden belemmerd.
4.7.2 Wijziging bouwvlak
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een bouwvlak binnen de bestemming bedrijf ‘Bedrijf’ gedeeltelijk te wijzigen onder de voorwaarden dat:
  1. het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast;
  2. door de wijziging van de bestemming de belangen van derden (waaronder begrepen de bedrijfsvoering van bestaande bedrijven in de omgeving en de belangen van de wegbeheerder) niet onevenredig worden belemmerd.
4.7.3 Wijzigen naar bestemming ‘Wonen’
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ter plaatse van de aanduiding ‘Wro-zone - wijzigingsgebied 2’ de bestemming ‘Bedrijf’ te wijzigen in de bestemming ‘Wonen’ onder de voorwaarden dat:
  1. er geen sprake is van milieuhygiënische belemmeringen ten aanzien van de bestemmingswijziging;
  2. door de wijziging van de bestemming de belangen van derden (waaronder begrepen de bedrijfsvoering van bestaande bedrijven in de omgeving) niet onevenredig worden belemmerd;
  3. het initiatief past binnen de gemeentelijke én regionale afspraken over verdeling van de woningbouw;
  4. het initiatief vanuit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is.
4.7.4 Wijziging ten behoeve van de realisatie van nieuwe bedrijfswoning op de verdieping
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ter plaatse van de aanduiding ‘Wro-zone - wijzigingsgebied 3’ de bestemming ‘Bedrijf’ te wijzigen ten einde de realisatie van maximaal 3 bedrijfswoningen op de verdieping mogelijk te maken, onder de voorwaarden dat:
  1. er geen sprake is van milieuhygiënische belemmeringen ten aanzien van de bestemmingswijziging;
  2. door de wijziging van de bestemming de belangen van derden (waaronder begrepen de bedrijfsvoering van bestaande bedrijven in de omgeving) niet onevenredig worden belemmerd;
  3. het initiatief past binnen de gemeentelijke én regionale afspraken over verdeling van de woningbouw;
  4. het initiatief vanuit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is.