Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: De Hulst I
Status: ontwerp
Plan identificatie: NL.IMRO.0984.BP11017-on01

Artikel 14 Leiding - Riool

14.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Leiding – Riool’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor een ondergrondse rioolwatertransportleiding en de daarbij behorende beschermingszone. 
14.2 Bouwregels
Op of in de voor Leiding - Riool aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde, worden opgericht ten behoeve van de aanleg en instandhouding van de ondergrondse rioolwatertransportleiding met een hoogte van maximaal 3 m.
14.3 Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders kunnen middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 14.2 voor het oprichten van gebouwen, of bouwwerken geen gebouwen zijnde passend binnen de regels van de overige krachtens dit plan aan deze gronden toegekende bestemmingen, met dien verstande dat:
  1. er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de met de bestemming Leiding - Riool verbonden belangen;
  2. er kan slechts afgeweken worden van de bouwregels indien vooraf advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder waaruit blijkt dat de belangen van de leidingbeheerder niet worden geschaad.
14.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
14.4.1 Verbodsbepaling
Het is verboden, op of in de voor ‘Leiding - Riool' aangewezen gronden, zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van Burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden)  de navolgende werken of werkzaamheden uit te voeren:
  1. uitvoeren van grondwerkzaamheden, waartoe ook wordt gerekend het ontginnen, verlagen, afgraven, ophogen, egaliseren, diepploegen, woelen en mengen van gronden;
  2. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
  3. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en anderszins indringen van voorwerpen in de bodem;
  4. het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen;
  5. andere werken die een verandering van de waterhuishouding of het grondwaterpeil tot gevolg kunnen hebben, zoals drainage en (onder)bemaling;
  6. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen, het bebossen en aanplanten van gronden en het rooien en/of kappen van bos en andere houtgewassen waarbij de stobben worden verwijderd;
  7. het aanbrengen van andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
    met dien verstande dat de alvorens de betreffende omgevingsvergunning wordt verleend de leidingbeheerder wordt gehoord.
14.4.2 Toepassingsbereik
Het in artikel 14.4.1 bepaalde is niet van toepassing op:
  1. werken en werkzaamheden welke van ondergeschikte betekenis zijn;
  2. werken en werkzaamheden welke normale onderhoudswerkzaamheden betreffen;
  3. werken en werkzaamheden welke worden uitgevoerd in het kader van het op de bestemming gerichte normale beheer en gebruik van de grond.