Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: De Brier
Status: ontwerp
Plan identificatie: NL.IMRO.0984.BP11007-on01

Artikel 18 Algemene wijzigingsregels

18.1 Wro-zone - wijzigingsgebied 1
 
Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd de bestemming van de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘Wro-zone - wijzigingsgebied 1’ overeenkomstig artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening te wijzigen in de bestemming ‘Detailhandel’, onder voorwaarde dat:
  1. uit onderzoek is gebleken dat er door de wijziging van de bestemming geen duurzame ontwrichting van de bestaande detailhandelstructuur optreedt;
  2. uit onderzoek is gebleken dat er door de wijziging van de bestemming geen onaanvaardbare gevolgen optreden voor het groepsrisico en dat eventuele gevolgen voor het groepsrisico worden verantwoord;
  3. uit onderzoek is gebleken dat de bodem geschikt is voor de nieuwe bestemming;
  4. de gevolgen van het wijzigen van de bestemming op de luchtkwaliteit worden beschouwd;
  5. de nieuwe bestemming de bedrijfsvoering van bestaande bedrijven in de omgeving niet onevenredig belemmert;
  6. de nieuwe bestemming past in de omgeving en de parkeerbalans niet onevenredig wordt aangetast.
  7. er voor de omgeving geen onevenredige verkeershinder optreedt;
  8. voorzien wordt in een goede stedenbouwkundige inpassing, met dien verstande dat ter plaatse een hoogteaccent met een bouwhoogte van maximaal 14 m kan worden toegestaan. 
18.2 Wro-zone - wijzigingsgebied 2
 
Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd de bestemming van de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘Wro-zone - wijzigingsgebied 2’ overeenkomstig artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening te wijzigen in de bestemming ‘Detailhandel’ of de bestemming “Kantoor’, onder voorwaarde dat:
  1. bij een wijziging naar de bestemming ‘Detailhandel’ uit onderzoek is gebleken dat er door de wijziging van de bestemming geen duurzame ontwrichting van de bestaande detailhandelstructuur optreedt;
  2. bij een wijzing naar de bestemming ‘Kantoor’ de behoefte aan realisatie van nieuw kantooroppervlak voldoende is aangetoond;
  3. uit onderzoek is gebleken dat er door de wijziging van de bestemming geen onaanvaardbare gevolgen optreden voor het groepsrisico en dat eventuele gevolgen voor het groepsrisico worden verantwoord;
  4. uit onderzoek is gebleken dat de bodem geschikt is voor de nieuwe bestemming;
  5. de gevolgen van het wijzigen van de bestemming op de luchtkwaliteit worden beschouwd;
  6. de nieuwe bestemming de bedrijfsvoering van bestaande bedrijven in de omgeving niet onevenredig belemmert;
  7. de nieuwe bestemming past in de omgeving en de parkeerbalans niet onevenredig wordt aangetast.
  8. er voor de omgeving geen onevenredige verkeershinder optreedt;
  9. voorzien wordt in een goede stedenbouwkundige inpassing, met dien verstande dat ter plaatse een hoogteaccent met een bouwhoogte van maximaal 12 m kan worden toegestaan.