Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: De Brier
Status: ontwerp
Plan identificatie: NL.IMRO.0984.BP11007-on01

Artikel 13 Waarde - Archeologie

13.1 Bestemmingsomschrijving
 
De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en bescherming van oudheidkundig waardevolle elementen en terreinen.
13.2 Bouwregels
13.2.1 Bouwen volgens de onderliggende bestemming
In afwijking van het bepaalde bij de andere daar voorkomende bestemmingen mag op of in de voor ‘ Waarde - Archeologie’ aangewezen gronden niet eerder worden gebouwd, dan nadat de aanvrager van de omgevingsvergunning een archeologisch vooronderzoek overlegt waaruit naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders in voldoende mate blijkt dat geen archeologische waarden in het geding zijn, dan wel nadat de aanwezige archeologische waarden naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders voldoende zijn veilig gesteld.
13.2.2 Toepassingsbereik
De verplichting tot het uitvoeren van archeologisch onderzoek als bedoeld in artikel 13.2.1 is niet van toepassing indien het te verstoren oppervlak kleiner is dan 500 m2.
13.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
13.3.1 Verbodsbepaling
Het is verboden, op of in de voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden, zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden)  de navolgende werken of werkzaamheden uit te voeren:
  1. het vergraven en afgraven van gronden tot een diepte van meer dan 0,50 m beneden het maaiveld;
  2. het uitvoeren van grond- en bodembewerkingen zoals verharden, ophogen, ontginnen, egaliseren, bodemverlagen, afgraven, boren of heien;
  3. het aanbrengen, vellen of rooien van hoogopgaande beplantingen en/of bomen;
  4. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport,- energie-, of telecommunicatie-leidingen en de daarmee verbandhoudende constructies, installaties of apparatuur, anders dan ten behoeve van de betreffende leidingstrook;
13.3.2 Weigeringsgrond
De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt niet eerder verleend dan nadat de aanvrager van de omgevingsvergunning een archeologisch vooronderzoek overlegt waaruit naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders in voldoende mate blijkt dat geen archeologische waarden in het geding zijn, dan wel nadat de aanwezige archeologische waarden naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders voldoende zijn veilig gesteld.
13.3.3 Toepassingsbereik
Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in artikel 13.3.1 is niet vereist voor:
  1. werken en werkzaamheden welke van ondergeschikte betekenis zijn;
  2. werken en werkzaamheden welke normale onderhoudswerkzaamheden betreffen;
  3. werken en werkzaamheden welke worden uitgevoerd in het kader van het op de bestemming gerichte normale beheer en gebruik van de grond;
  4. andere werken, waarvoor een vergunning ingevolgde de Monumentenwet 1988 is vereist;
  5. projecten met een oppervlakte kleiner dan 500 m2 met dien verstande dat deze uitzondering slechts eenmalig per bouwperceel geldt en dat de te verstoren gronden als gevolg van bouwwerkzaamheden en de uitvoering van overige werken per bouwperceel gezamenlijk moeten worden beschouwd.