direct naar inhoud van 6.2 Natuur
Plan: Circuit De Peel
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0984.BP11006-on01

6.2 Natuur

6.2.1 Soortenbescherming

In 2007 is een uitgebreid onderzoek uitgevoerd naar de aanwezige flora en fauna, zowel voor het plangebied als voor de directe omgeving daarvan (Groen-planning 2007). Hierna volgt een korte samenvatting van de conclusies uit dit rapport.

Het circuit en de benodigde parkeerruimte worden op landbouwgrond gerealiseerd. Als gevolg van het agrarisch gebruik komen binnen het plangebied geen beschermde en/of bijzondere plantensoorten voor. Wel resulteert het circuit in het verdwijnen van een marginaal ontwikkeld broedgebied van circa 15ha groot. Onder meer verdwijnen hierdoor enkele broedterritoria van twee rode lijst soorten: veldleeuwerik (zes nesten) en graspieper (twee nesten).

Groen-planning (2007) heeft ook een inschatting gemaakt van de gevolgen van geluidhinder voor de aangetroffen strikt beschermde broedvogelsoorten (tabel 2 en 3 uit de Flora en faunawet) in de omgeving van het circuit. Voor de gehanteerde methodiek is aangesloten op onderzoek van Reijnen e.a.(1991)

. Conclusie: 35 broedterritoria van twaalf soorten worden voor meer dan 25% getroffen door geluidhinder. Dit betekent dat van deze soorten het aantal broedparen in de omgeving van het circuit zal afnemen. De meeste van deze soorten kunnen vrij makkelijk uitwijken naar rustiger gebied; voor een beperkt aantal ervan namelijk bij havik, kleine bonte specht en sperwer ligt dit minder voor de hand. Deze soorten hebben minder mogelijkheden om uit te wijken en gewenning aan geluid zal maar in beperkte mate opgetreden.

In het MER Circuit de Peel 2007 is een reactie van dhr. Reijnen (Landbouwuniversiteit Wageningen) op het uitgevoerde onderzoek opgenomen. Op basis van vergelijkbaar onderzoek concludeert hij dat:

  • de omvang van de geluid belaste zones waarbinnen broedvogels hinder ondervinden sterk is overschat. Naar verwachting spelen de effecten op broedvogels een meer marginale rol in de onderlinge afweging van geluidvarianten;
  • de kwantificering van het effect op basis van actueel aanwezige territoria heeft een aantal ecologische bezwaren. De oppervlakte van de zone lijkt een meer geschikte maat.
  • ruim de helft van de genoemde soorten die in de beoordeling van de geluidvarianten een rol spelen, is niet gevoelig voor geluid.

Bestemmingsplan anno 2011

Omdat het dagelijks gebruik van het circuit in vergelijking met 2007 is afgenomen (zie hoofdstuk 3) is ook de geluid belaste oppervlakte afgenomen en daarmee ook het aantal verstoorde broedterritoria.

De gevolgen van de geluidemissie voor de natuurlijke kwaliteit zijn op twee wijzen tot uitdrukking gebracht, namelijk als:

  • Oppervlaktemaat, i.c. de omvang van het gehinderd gebied (42 dB(A) contour) en de beschermingsstatus hiervan (EHS, POG);
  • Het aantal verstoorde broedbiotopen van strikt beschermde vogelsoorten.

Uit de berekeningen blijkt dat binnen de 42 dB(A) contour ca. 15 ha EHS en 19 ha POG ligt. Binnen de 47 dB(A) contour gaat het om 2,4 ha EHS en 4,6 ha POG. Het ruimtebeslag is sterk verkleind ten opzichte van 2007 (ca. 10 - 30%).

In totaal worden negen broedterritoria van vijf soorten verstoord: sperwer, kleine bonte specht, grote bonte specht, grutto en boomleeuwerik. In de situatie van 2007 ging het om twaalf soorten met 35 broedterritoria. Als gevolg van het ruimtebeslag (aanlegfase) verdwijnen bovendien zes broedplaatsen van veldleeuwerik en twee van graspieper.

Te nemen maatregelen

De maatregelen om de effecten van geluid op de natuur (en mens) te beperken, vallen in twee categorieën uiteen: mitigatie (het voorkomen van effecten) en compensatie (door realisatie van nieuwe natuur elders).

Mitigerende maatregelen

Uit het uitgevoerd onderzoek komen maatregelen naar voren die in het MER zijn besproken en onderdeel uitmaken van de omgevingsvergunning namelijk:

  • de aanleg van een geluidswal met een overhellend scherm met een totale hoogte van 12.6 m (zie Aanvulling MER 2011, bijlage 9)
  • de toepassing van geluidsdempers voor verschillende categorieën voertuigen (zie Aanvulling MER 2011, bijlage 9).

Compensatie

Om de negatieve consequenties van het circuit op natuur en landschap te compenseren is op 7 februari 2008 een mitigatie- en compensatieovereenkomst afgesloten (zie Aanvulling MER 2011, bijlage 7). Hierin is onder meer afgesproken dat de initiatiefnemer zich verplicht tot:

  • Het afbreken van het oude circuit en het daarmee vrijkomende terrein in te richten als heideterrein;
  • Het aanbrengen van bosplantsoen met streekgebonden soorten op de buitenzijde van de grondwal;
  • De aanleg van een houtwal aan de oostzijde van de onverharde parkeerplaats als verbindingszone tussen de aanwezige bospercelen;
  • De ontwikkeling van 6,57 ha bos middels aanplant en 0,33 ha heide op de daarvoor afgesproken locatie(s).

De gemaakte afspraken zijn gerealiseerd op het moment dat het nieuwe circuit in gebruik wordt genomen.

Ontheffing ex. art. 75 Flora en faunawet

Op 12 oktober 2007 heeft de initiatiefnemer een ontheffing aangevraagd als bedoeld in artikel 75 van de Flora en faunawet. Op 27 december 2007 heeft het toenmalige ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (nu: ministerie van Economische zaken, Landbouw en Innovatie) per brief laten weten dat de gevraagde ontheffing niet kan worden verleend omdat de noodzaak hiervoor ontbreekt (zie Aanvulling MER 2011, d 10). Ofwel de ontwikkeling van Circuit de Peel kan zonder ontheffing worden uitgevoerd. Wel doet het ministerie enkele aanbevelingen zoals:

  • Controle op aanwezigheid van vleermuizen alvorens over te gaan op de sloop van aanwezige gebouwen;
  • De uitvoering van werkzaamheden buiten het broedseizoen;
  • Het wegvangen van dieren indien bijvoorbeeld sprake is van demping van waterpartijen;
  • Het nemen van extra maatregelen om te voorkomen dat bijvoorbeeld amfibieën het slachtoffer worden van activiteiten binnen het circuit zowel tijdens de aanlegfase als op momenten van ingebruikneming.
6.2.2 Gebiedsbescherming

Natura 2000-gebieden

Als gevolg van de activiteiten op en rond het circuit neemt het stikstof depositieniveau binnen De Bult, onderdeel van het Natura 2000-gebied Deurnsche Peel / Mariapeel met circa 0,3 mol/ha/jr toe. Deze toename is gelijk aan 0,08% van de kritische depositiewaarde (KDP). In het Natura 2000-gebied Boschhuizerbergen bedraagt de depositietoename circa 0,15 mol/ha/jr, wat gelijk staat aan 0,04% van de KDW.

De maximale depositiebijdrage op de gebieden Groote Peel, Maasduinen en Strabrechtse Heide & Beuven is lager dan de kleinst berekenbare contour van 0,1 mol/ha/jr. Deze depositietoename kan als verwaarloosbaar worden beschouwd. Een overzicht van de maximale deposities op de betreffende Natura 2000-gebieden wordt gegeven in tabel 7.6.

Tabel 6.1. De berekende bijdrage van Circuit de Peel aan de stikstofdepositie in de verschillende Natura 2000-gebieden. De depositiewaarden zijn uitgedrukt in mol/ha/jr.

Natura 2000-gebied   Meest gevoelige habitattype   Kritische depositiewaarde   Max. bijdrage vanuit CdP  
Deurnsche Peel & Mariapeel   Actieve & Herstellende hoogvenen   400   <0,1  
Idem: De Bult   Herstellende hoogvenen   400   0,3  
Boschhuizerbergen   Zwakgebufferde vennen   410   0,15  
Maasduinen   Zwakgebufferde & Zure vennen   410   <0,1  

De achtergronddepositie in de regio is momenteel veelal hoger dan 2.000 mol/ha/jr. De KDW van alle kwalificerende habitattypen wordt daarmee ruimschoots overschreden. Gelet op het vigerend ammoniakbeleid en gebaseerd op onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving wordt de komende jaren een afname in de stikstofdepositie voorzien van enkele honderden molen per ha/jr ter hoogte van deelgebied De Bult. In dit licht is de depositiebijdrage vanuit Circuit de Peel marginaal en mag worden verwacht dat de eventuele effecten daarvan op de instandhoudingdoelen niet aantoonbaar zijn.

Ten behoeve van de ontwikkeling van het circuit zijn twee naastgelegen landbouwbedrijven uitgekocht. Het betreft twee veehouderijen die hun activiteiten naar elders verplaatsen. Van één van deze bedrijven is inmiddels duidelijk waar deze wordt geherhuisvest. De effecten van deze beëindiging zijn berekend en vastgelegd in een separate notitie (zie Aanvulling MER 2011, bijlage 6). Uit deze notitie komt naar voren dat de depositietoename als gevolg van Circuit de Peel volledig teniet wordt gedaan door beëindiging en verplaatsing van dit agrarische bedrijf. In totaal is sprake van een afname van de stikstofdepositie in het gebied 'De Bult' met circa 1,5 tot 2,5 mol/ha/jaar.