direct naar inhoud van 3.4 Verkeer
Plan: Circuit De Peel
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0984.BP11006-on01

3.4 Verkeer

3.4.1 Bereikbaarheid

Ontsluiting

De nieuwe locatie van Circuit de Peel wordt via de Peelweg (N277) en Bakelsedijk ontsloten. De Peelweg vormt de verbinding tussen de A50 in het noorden bij Ravenstein en de N273 in het zuiden bij Kessel en is aangewezen als regionaal verbindende weg. De intensiteiten op dit wegvak zijn stabiel en liggen rond de 6.000 mvtg/etm. Dit geldt tevens voor de intensiteit van de Deurnseweg (12.000 mvt/etm). Langs de Peelweg ligt ter hoogte van Circuit de Peel aan twee zijden een fietspad. Er is geen openbaar vervoer verbinding. De dichtstbijzijnde bushalte ligt in Merselo (Grootdorp) op circa 3,5 km van het circuit.

Het circuit is onder normale omstandigheden alleen via de Bakelsedijk bereikbaar. Bij evenementen kan door hulpdiensten tevens gebruik worden gemaakt van een extra toegangsweg: deze loopt vanaf de Peelweg langs de zuidelijke boerderij en leidt eveneens naar het parkeerterrein op agrarische grond (zie figuur 9.1).

Ontsluiting bij calamiteiten

In het geval van een calamiteit kunnen de bezoekers langs drie wegen het circuit verlaten (zie Aanvulling MER 2011, bijlage 12):

  • Via de Bakelsedijk en twee zandwegen ten zuiden van het circuit;
  • Eén van de zandwegen dient tevens als toegangsweg voor hulpdiensten;
  • Indien nodig kan ook nog de zandweg achter het circuit (halverwege, aan de oostzijde) als vluchtroute worden ingezet. Aan deze kant krijgt het circuit een extra uitgang die in noodsituaties kan worden gebruikt.

Verkeersintensiteit

Het aantal verkeersbewegingen van en naar het circuitterrein is beperkt. Alleen tijdens de wedstrijddagen van de stockcarraces en tijdens evenementen kan dit flink oplopen. Het circuit biedt maximaal ruimte aan 10.000 bezoekers. Dit komt overeen met 4.000 voertuigen en dus maximaal 8.000 verkeersbewegingen per dag. De wedstrijddagen van de overige sportvormen trekken veel minder bezoekers met maximaal 1.000 voertuigbewegingen.

Tijdens evenementen zijn verkeersregelaars aanwezig op zowel de toegangswegen als parkeerplaats in verband met de verkeersveiligheid en om het verkeer in goede banen te leiden.

Aangezien dit plan niet voorziet in uitbreiding van de activiteiten op het circuit en de intensiteiten op het omliggende wegennet stabiel is wordt voor de toekomst geen of nauwelijks toename van verkeer verwacht op deze wegen. De bereikbaarheid zal daarom gegeven de capaciteit die nog beschikbaar is ook in de toekomst gewaarborgd zijn.

3.4.2 Parkeren

In het dagelijks gebruik wordt op het circuitterrein geparkeerd. Tijdens evenementen wordt ook gebruik gemaakt van het aangrenzende agrarisch perceel. Het gaat dan naar schatting om 4000 auto's. Het agrarisch perceel is - buiten evenementen - in gebruik als hooiland, naar verwachting worden er 2 tot 3 snedes per jaar geoogst.

3.4.3 Sociale Veiligheid

In het kader van sociale veiligheid is het van belang dat er geen onoverzichtelijke en onveilige situaties voorkomen. Hiermee is rekening gehouden door maatregelen in de sfeer van toezicht, verlichting van de openbare ruimte, de maat en schaal van de bouwwerken, etc.

Toegangswegen en parkeren

De toegangswegen vanaf de Peelweg zijn beide onverlicht. Ook het parkeerterrein dat wordt ingezet tijdens evenementen is onverlicht. Daar staat tegenover dat alle evenementen en ook de trainingen voor 18.00h eindigen. Verder zijn tijdens evenementen verkeersregelaars aanwezig op zowel de toegangswegen als parkeerplaats.

Toegankelijkheid circuit

Op tijden dat er geen activiteiten zijn op het circuit, is het terrein niet toegankelijk, onverlicht en zal het afgesloten zijn. Het circuit is geheel omsloten door een hek van 2,5 meter hoog. Tijdens trainingen en/of evenementen is het circuitterrein, indien nodig wel verlicht door enkele strategisch geplaatste schijnwerpers.

Geen sociaal onveilige situatie

Gezien het ontwerp van het circuit en afspraken zoals vastgelegd in het calamiteitenplan is er geen aanleiding om van een sociaal onveilige situatie te spreken. Het treffen van aanvullende maatregelen lijkt dan ook niet noodzakelijk (zie Aanvulling MER 2011, bijlage 12).