direct naar inhoud van 2.2 Provincie Limburg
Plan: Circuit De Peel
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0984.BP11006-on01

2.2 Provincie Limburg

Met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening per 1 juli 2008 heeft het

provinciaal omgevingsplan Limburg 2006 (POL 2006) de status van structuurvisie gekregen. De inhoud van het omgevingsplan blijft voor de provincie ook onder de nieuwe Wro het uitgangspunt voor het beleid en optreden in de ruimtelijke ordening.

2.2.1 Provinciale structuurvisie (actualisatie januari 2011)

De provincie Limburg voert met het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL 2006) een integraal beleid voor ruimtelijke ordening. Daartoe zijn in het POL 2006 de verschillende fysieke beleidsthema's waarover de provincie zeggenschap heeft, samengebracht in het provinciaal ruimtelijk beleid. Het POL 2006 is zowel streekplan, waterhuishoudingplan, milieubeleidplan als verkeer- en vervoerplan en bevat ook de meer fysieke (ruimtelijke) onderdelen van het economisch en welzijnsbeleid.

Hoofddoelstelling van het POL 2006 is de totstandkoming van de 'Kwaliteitsregio Limburg'. De provincie Limburg streeft met het begrip Kwaliteitsregio naar een provincie waar de kwaliteit van leven en leren, wonen en werken centraal staat en die stevig is ingebed in internationaal verband. Om de in het POL 2006 vastgelegde kwaliteiten te bereiken of te handhaven, streeft de provincie Limburg naar een duurzame ontwikkeling van natuur en milieu, economie, maatschappij en cultuur. Daarvoor is een integrale benadering en afweging van ruimtelijke vraagstukken nodig. Het POL 2006 geeft aan welke specifieke kwaliteiten binnen de verschillende Limburgse beleidsregio's ontwikkelt of versterkt kunnen worden en aan welke kaders en randvoorwaarden ruimtelijke ontwikkelingen dienen te voldoen.

Om een duurzame ontwikkeling te stimuleren en een integrale benadering en afweging te kunnen maken ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen, gebruikt de provincie Limburg in het POL 2006 verschillende middelen. De provincie onderscheidt een 7-tal stadsregio's, waar de ontwikkeling van industriële en dienstverlenende bedrijvigheid, wonen, cultuur en recreatie voorop staat. De stadsregio's hebben ieder een specifieke context met daaraan gekoppelde mogelijkheden en opgaven. Daarnaast is Limburg ingedeeld in 6 landelijke regio's waar de ontwikkeling van agrarische bedrijvigheid, natuur en milieu, leefbaarheid van dorpen en recreatie voorop staat. Ook de landelijke regio's hebben ieder specifieke ontwikkelingsmogelijkheden en opgaven. Binnen elke beleidsregio zijn verschillende perspectieven onderscheiden. De perspectieven geven aan welke activiteiten in een bepaald gebied de ruimte krijgen of afgeremd worden. De perspectieven zijn zo gekozen, dat ontwikkelingen elkaar binnen deze gebieden en ten opzichte van aangrenzende gebieden, niet verstoren.

afbeelding "i_NL.IMRO.0984.BP11006-on01_0005.jpg"

De gemeente Venray is in het POL aanwewezen als één van de Limburgse stadsregio's (POL-beleidsregio's – Stadsregio Venray). In de stadsregio's legt de provincie Limburg het accent op maatregelen die de regionale betekenis van de stad behouden (en waar mogelijk versterken) en de leef- en verblijfskwaliteit in de steden verhogen. Daarbij streeft de provincie in de stadsregio's naar:

  • Stimuleren profilering op bovenregionale kenmerken;
  • Bereikbaarheid en goed aanbod aan vervoerssystemen;
  • Aanbod sociaal-culturele en zorgvoorzieningen;
  • Zorg voor voldoende werklocaties;
  • Stedelijke herstructurering van verouderde wijken en werklocaties;
  • Balans rood, groen en blauw versterken.

De locatie van het circuit is als perspectief 'P4 – Vitaal landelijk gebied' omvat overwegend landbouwgebieden met een van gebied tot gebied verschillende aard en dichtheid aan landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten. Binnen Noord en Midden Limburg valt het perspectief vrijwel overal samen met verwevinggebied intensieve veehouderij.

Met respect voor de aanwezige kwaliteiten wordt de inrichting en ontwikkeling van de gebieden in belangrijke mate bepaald door de landbouw, deze kan zich hier in al zijn vormen verder ontwikkelen.

Daarnaast wordt in deze gebieden extra belang gehecht aan verbreding van de plattelandseconomie. Bijvoorbeeld door het bieden van ontwikkelingsmogelijkheden voor de toeristische sector, en - onder voorwaarden - voor kleinschalige vormen van bedrijvigheid in vrijkomende agrarische en niet-agrarische gebouwen.

De bospercelen in het plangebied zijn in het POL 2006 aangewezen als perspectief 'P1 – Ecologische hoofdstructuur'. Het beleid voor ontwikkelingen in de EHS is gericht op het behoud, herstel en de ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van een gebied. De bescherming van de wezenlijke kenmerken en waarden vindt plaats door toepassing van een specifiek afwegingskader, het nee, tenzij regime.

Het voorliggende bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk op de gronden die zijn aangewezen als onderdeel van de EHS.

De agrarische percelen in het plangebied waren (tot januari 2008) in het POL 2006 aangewezen als perspectief 'P2 – Provinciale ontwikkelingszone groen'. De Provinciale ontwikkelingszone groen (POG) vormt samen met de EHS de ecologische structuur in Limburg. De POG omvat vooral landbouwgebieden als buffer rond de EHS, delen van steile hellingen met veel natuur en landschapselementen, ecologische verbindingszones en beken met een specifiek ecologische functie.

Binnen de POG geldt volgens het POL een ontwikkelingsgerichte basisbescherming. Daarbij zijn behoud en ontwikkeling van natuur en landschapswaarden richtinggevend voor ontwikkelingen in de POG. Daarnaast zijn in de POG het instandhouden van een goede toeristisch-recreatieve structuur en een op het landschap georiënteerde landbouw van belang.

Actualisatie januari 2011

De tekst van het POL 2006 is met een nieuwe publicatie in januari 2011 waar nodig geactualiseerd, de hoofdlijnen van alle tussentijds verschenen aanvullingen en herzieningen zijn opgenomen en in de kaartbeelden verwerkt en er wordt invulling gegeven aan opdrachten die vanuit rijksbeleid (o.a. Nota Ruimte, Nota Mobiliteit) bij de Provincie zijn neergelegd. Er zijn geen (voornemens tot) nieuwe beleidsinitiatieven opgenomen die aanleiding vormen voor het opstellen van een strategische milieubeoordeling en/of een beoordeling van mogelijke negatieve effecten op beschermde gebieden volgens de Natuurbeschermingswet.

2.2.2 Herbegrenzing POG

Op 22 januari 2008 hebben heeft Provinciale Staten over de begrenzing van de POG ter plaatse van het plangebied gewijzigd. De status POG geldt niet meer voor de gronden die onderdeel uitmaken van plangebied, voor zover deze bestemd zullen worden voor het circuit en voor (tijdelijk) parkeren. In totaal gaat het om 19,8 ha, waarvoor ter compensatie gronden op andere locaties in de gemeente Venray als POG zijn aangewezen.

De gronden die bestemd zullen worden voor het circuit en voor (tijdelijk) parkeren vallen na de herbegrenzing onder perspectief 'P4 - Vitaal landelijk gebied'. Daarmee is er - in tegenstelling tot het vernietigde bestemmingsplan uit 2007 - geen sprake meer van het mogelijk maken van een circuit in gebieden in de POG liggen.

2.2.3 Reconstructieplan Noord- en Midden Limburg

Met de 'Reconstructiewet Concentratiegebieden (Reconstructie) wil het Rijk een structurele en samenhangende aanpak bieden voor de problemen in het landelijk gebied. Directe aanleiding hiervoor was de varkenspestepidemie van 1997, maar in de uitwerking is de wet veel breder. De Reconstructie behelst de volgende doelstellingen:

  • Versterking van de sociaal-economische vitaliteit van het landelijk gebied (landbouw, recreatie, wonen, werken en leefbaarheid);
  • Verbetering van de omgevingskwaliteit (natuur, landschap, water, ammoniak, stank);
  • Vermindering van de veterinaire kwetsbaarheid (voornamelijk de aanleg van varkensvrije zones).

De Reconstructiewet verplicht de provincie een reconstructieplan vast te stellen, voor gebieden die door het Rijk zijn aangewezen als reconstructiegebied. In dit kader is door de provincie Limburg in 2004 het Reconstructieplan Noord- en Midden-Limburg (Reconstructieplan) vastgesteld.

Het Reconstructieplan is gericht op de uitvoering van maatregelen om de doelstellingen uit de Reconstructiewet te bereiken. Dit doet het Reconstructieplan door een ruimtelijke scheiding aan te brengen tussen conflicterende belangen in het landelijk gebied. Dit betekent dat de intensieve veehouderij in de kwetsbare gebieden – rond dorpen en natuurgebieden - op termijn vermindert. Maar ook dat de sector tegelijkertijd op duurzame locaties ontwikkelingsruimte krijgt. Hierbij worden in het Reconstructieplan voor de zonering van de intensieve veehouderij drie typen zones gehanteerd:

  • Extensiveringsgebieden, hier zal de intensieve veehouderij de worden afgebouwd;
  • Verwevingsgebieden, hier kunnen intensieve veehouderij en andere functies duurzaam naast elkaar blijven bestaan;
  • Landbouwontwikkelingsgebieden, hier krijgt de intensieve veehouderij duurzame ontwikkelingsmogelijkheden.

afbeelding "i_NL.IMRO.0984.BP11006-on01_0006.jpg"

Extensiveringsgebied

Het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan is in het Reconstructieplan aangewezen als extensiveringsgebied en varkensvrije zone. In de extensiveringsgebieden heeft de intensieve veehouderij nu al vaak te maken met beperkte ontwikkelingsmogelijkheden. Bijvoorbeeld door wet- en regelgeving op het gebied van stank en ammoniak. De landbouwontwikkelingsgebieden zijn zo gekozen dat er ook op termijn geen belemmeringen zijn te verwachten vanuit de milieuwetgeving. Mogelijk conflicterende functies, zoals burgerbebouwing, worden in deze gebieden geweerd.

De varkensvrije zones hebben een veterinair doel, namelijk het minimaliseren van de verspreiding van het virus ten tijde van een dierziekte–uitbraak.

De provincie Limburg vindt dat in het landelijk gebied de verandering en dynamiek op gang dienen te komen. Daarbij, meer dan voorheen, gebruik makend van de inzet, energie en innovatieve kracht van individuele ondernemers en maatschappelijke partijen. De Provincie stimuleert mogelijkheden voor bedrijven in extensiveringsgebieden om daadwerkelijk te verhuizen naar ontwikkelingsgebieden of hun intensieve tak af te bouwen. Het beleid is erop gericht bedrijfsgebouwen uit kwetsbare gebieden te verplaatsen en te slopen.

Daarnaast stimuleert de Provincie Limburg met ondersteuning van kennisontwikkeling, innovaties en vernieuwende, marktgerichte ontwikkelingen van de landbouw. Meer oog voor kwaliteit is hierin een voor de provincie het sleutelbegrip

In dit bestemmingsplan is intensieve veehouderij binnen de agrarische bestemming uitgesloten. De aanwezige veehouderijen worden daarmee onder overgangsrecht gebracht. De intensieve veehouderij aan de Peelweg 43 is reeds verplaatst naar elders in de regio. De veehouderij aan de Peelweg 37-39 zal in het kader van de ontwikkeling van Circuit de Peel worden uitgekocht en verplaatst.

Daarmee wordt uitvoering gegeven aan de uitgangspunten van het Reconstructieplan voor extensieveringsgebieden.

EHS/POG

Het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan is in het Reconstructieplan aangewezen als EHS-ontwikkelingszone.

De zoneringen voor veehouderij en natuur uit het Reconstructieplan Noord- en Midden Limburg, zijn overgenomen in het POL 2006. Het POL 2006 vervangt op die punten het Reconstructieplan en vormt daarmee het (bindende) ruimtelijk beleidskader voor dit bestemmingsplan voor agrarische bedrijvigheid en de uitwerking/begrenzing van de EHS en POG.

De terreinen die in dit bestemmingsplan bestemd worden voor het circuit en parkeren, vallen volgens het POL 2006 niet binnen de EHS/POG (zie 2.2.2).

2.2.4 Contourenbeleid / VORm (POL 2006)

Het contourenbeleid geldt als uitwerking van het POL 2006. De provincie Limburg beoogt met het contourenbeleid enerzijds landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorisch waardevolle gebieden te behouden, maar anderzijds ook de noodzakelijk geachte ontwikkelingen op het platteland en in stedelijke gebieden mogelijk te maken.

Om dit te realiseren zijn contouren rond de kernen geïntroduceerd. In hoofdlijnen is het beleid dat voor de stedelijke functies als wonen en bedrijvigheid slechts buiten de contour gebouwd kan worden wanneer dit een kwaliteitsverbetering ter plekke en een kwaliteitsverbetering in groter verband oplevert. In bijzondere omstandigheden kan afgeweken worden van dit beleid.

Geen VORm-plicht

De provincie Llimburg heeft in de brief van 21 januari 2011 aangegeven dat zij de ontwikkeling van Circuit de Peel beschouwt als een 'pijplijnplan', omdat de gemeente Venray en de provincie Limburg voor 12 januari 2010 een positief standpunt hebben ingenomen over de realisatie van Circuit de Peel (zie Aanvulling MER 2011, bijlage 5).

Het project valt daarmee onder het overgangsbeleid. De provincie benadrukt in de brief dat voor het plan in een eerder stadium (onder de oude VORm regeling) afspraken zijn gemaakt voor kwaliteitsverbeterende maatregelen. De provincie zal de initiatiefnemer houden aan die afspraken.

Op grond van bovenstaande overweging is VORm-plicht volgens het beleid van 2010 dan ook niet aan de orde.

2.2.5 Omgevingsverordening Limburg

Per 1 januari 2011 is de Omgevingsverordening Limburg in werking getreden. De Omgevingsverordening Limburg is een samenvoeging van de eerdere Provinciale Milieuverordening, de Wegenverordening, de Waterverordening en de Ontgrondingenverordening.

Inhoud

  • De Omgevingsverordening bevat regels over de volgende onderwerpen:
  • De aanwijzing van milieubeschermingsgebieden: waterwingebieden, grondwaterbeschermingsgebieden, boringsvrije zones, bodembeschermingsgebieden en stiltegebieden. Voor gedragingen in deze gebieden zijn per soort gebied regels gesteld ter bescherming van het belang dat het desbetreffende gebied dient.
  • Regels met betrekking tot regionale wateren, zoals veiligheidsnormen voor regionale waterkeringen, normen voor wateroverlast en regels voor het door de waterschappen te voeren waterbeheer.
  • Een aanvullende regeling op de Ontgrondingenwet, waarin wordt bepaald voor welke handelingen een vrijstelling geldt van bepaalde verboden uit de Ontgrondingenwet.
  • Regels met betrekking tot het gebruik van wegen die in beheer bij de provincie zijn.
  • Regels over de manier waarop ontheffingen kunnen worden aangevraagd, of meldingen kunnen worden gedaan.
  • Regels over de gemeentelijke rioleringsverplichting, het gebruik van gesloten stortplaatsen, de aanwijzing van industrieterreinen van regionaal belang en een schadevergoedingsregeling.
2.2.6 Verordening Stikstof en Natura 2000 Noord-Brabant (2010)

De verordening is gebaseerd op een convenant dat op 29 september 2009 met diverse partijen is bereikt. Deze partijen zijn de provincie Noord-Brabant, provincie Limburg, Brabantse Milieufederatie (BMF), Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie (ZLTO), Limburgse Land- en Tuinbouwbond (LLTB), Stuurgroep Dynamisch Platteland, Brabants Landschap, Limburgs Landschap, Staatsbosbeheer en Vereniging Natuurmonumenten.

Doel

Een overmaat aan ammoniak is een groot probleem bij de implementatie van Natura 2000. Natura 2000 staat voor een netwerk van Europees beschermde natuurgebieden, waarvan er 21 zijn gelegen in Noord-Brabant. In Nederland, en in het bijzonder Noord-Brabant wordt het probleem van een overmaat aan ammoniak op Natura 2000-gebieden zwaarder gevoeld dan in de ons omringende landen. Dat heeft te maken met het feit dat we in een dichtbevolkt land leven, waarin kwetsbare natuur en bijvoorbeeld veehouderijen dicht bij elkaar liggen. In het overgrote deel van de gebieden bevinden zich gevoelige habitats (leefgebieden van planten en dieren).

Met het convenant en de daaruit voortvloeiende verordening is een balans gevonden tussen de bescherming van waardevolle natuur enerzijds en ontwikkelingsmogelijkheden voor de agrarische sector anderzijds.

Inhoud

De verordening stelt (extra) technische eisen aan stallen. Ook gelden er voorwaarden aan het salderen van de uitstoot van ammoniak, via een provinciale depositiebank. Uitvoering van de verordening leidt tot een daling van de uitstoot van ammoniak vanuit de veehouderij en geeft duidelijkheid over mogelijkheden voor agrarische bedrijfsontwikkeling.

Rol provincie

De provincie is bevoegd gezag voor de uitvoering van de Natuurbeschermingswet 1998 en daarmee ook voor de uitvoering van de verordening stikstof en natura 2000 Noord-Brabant. Dit betekent dat zij verantwoordelijk is voor:

2.2.7 De Watertoets - Samenwerking van ruimte en water (2004)

De verantwoordelijkheid voor het waterbeheer is in Limburg over drie partijen verdeeld: de waterschappen (regionale wateren), de Provincie (grondwater) en Rijkswaterstaat (rijkswateren). Om de efficiency en klantgerichtheid te bevorderen en de inzet van de waterbeheerders goed af te stemmen werken de waterbeheerders vanaf 30 juni 2004 samen in een “watertoetsloket”. Dit loket is ondergebracht bij het waterschap. Omdat Limburg twee waterschappen kent zijn er feitelijk dus ook twee loketten: Peel en Maasvallei en Roer en Overmaas.

2.2.8 Beleid inzake lawaaisport

In een brief van 15 februari 2011 geeft de provincie het volgende aan: ”Wij beschouwen de regio Noord-Limburg als een reële afbakening voor het zoekgebied voor alternatieven voor het lawaaisportcentrum Circuit de Peel. Dit is gebaseerd op de overwegend regionale behoefte aan sportvoorzieningen, de bescherming van de provinciale belangen van Limburg en het provinciaal Noord-Brabants beleid dat geen mogelijkheden biedt voor vestiging in die provincie. Op basis van deze gedachte heeft de provincie Limburg gekozen voor de insteek van een drietal regionale lawaaisportlocaties, te weten Noord-, Midden- en Zuid-Limburg.

In Noord-Limburg zal circuit de Peel die regionale functie moeten gaan vervullen. Voor Midden-Limburg is in december 2010 aan Royal Haskoning opdracht verleend om een locatieonderzoek uit te voeren voor een regionaal motorcrossterrein binnen de gebiedsontwikkeling Midden-Limburg (GOML). in Zuid-Limburg wordt in eerste instantie ingezet op net onderzoeken van potentierijke initiatieven die mogelijk kunnen leiden tot de aanleg van een regionale crossvoorziening.

In dit kader bezien achten wij dat met afperking van het onderzoeksgebied voor het Regionaal alternatievenonderzoek Circuit de Peel voldaan wordt aan, en voorzien wordt in de regionale behoefte en in lijn gewerkt wordt met de insteek voor de concentratiegedachte vanuit de provincie Limburg” (zie Aanvulling MER 2011, bijlage 5).