Type plan: projectbesluit
Naam van het plan: 'De Diepeling - Noord'
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.0984.PRB09030-va02

Artikel 5 Ontgronding - 2 - Voorlopige bestemming

5.1 Voorlopige bestemming

5.1.1 Bestemmingsomschrijving

 
De voor 'Ontgronding - 2 - Voorlopige bestemming' aangewezen gronden zijn voorlopig bestemd voor de uitvoering van de ontgrondingsconsessie De Diepeling - Noord, zoals deze vergund is volgens besluit 09/14264 van 22 juli 2010 van Gedeputeerde Staten van Limburg.

5.1.2 Bouwregels

 
Voor de bouwwerken gelden de volgende eisen:
  1. er zijn alleen gebouwen en bouwwerken van lichte constructie toegestaan;
  2. de bij de voorlopige bestemming behorende bebouwing is toegestaan met een instandhoudingstermijn tot een halfjaar na de geldigheidstermijn van de voorlopige bestemming als bedoeld in 5.2;
  3. voor het bouwen gelden verder de volgende regels:
1. bedrijfsgebouwen

 goothoogte maximaal 6 meter
 bebouwd oppervlak maximaal 1.000 m²

 2. bouwwerken, geen gebouw zijnde:
hoogte maximaal 20 meter

5.1.3 Specifieke gebruiksregels

 
De voor 'Ontgronding - 2 - Voorlopige bestemming' bestemde gronden mogen slechts gebruikt worden voor zandwinning als bedoeld onder 5.1.1 en, voor zover er geen zandwinning (meer) plaatsvindt, voor natuur. Tot een strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend, gebruik dat leidt tot het niet kunnen realiseren van de definitieve bestemmingen, zoals aangegeven in 5.3.

5.2 Geldigheidstermijn van de voorlopige bestemming

 
De voorlopige bestemming ex artikel 3.2 Wet ruimtelijke ordening als bedoeld in 5.1. geldt gedurende de looptijd van de voor deze ontgronding verleende ontgrondingsvergunning, met uitzondering van de bebouwing, waarvoor de termijn geldt als bedoeld in 5.1.2 onder b.

5.3 Definitieve bestemming

5.3.1 Bestemmingsomschrijving

 
De voor 'Ontgronding - 2 - Voorlopige bestemming'  aangewezen gronden zijn definitief bestemd voor 'Water', zoals in een nader en nog uit te werken en goed te keuren eindplan opgenomen en zijn bestemd voor:
  1. water en waterhuishoudkundige doeleinden;
  2. behoud en ontwikkeling van ecologische waarden van natuurlijk oppervlaktewater in de vorm van plassen, vennen en beken;
  3. ontwikkeling van natuurlijke oevers;
  4. de berging, wateraanvoer en/of –afvoer (infiltratie);
  5. ter plaatse van duikers tevens tuinen, erven, kavelontsluitingen en/of weg(berm) behorende bij de aansluitende bestemmingen;
  6. waterstaatkundige kunstwerken, bruggen en andere waterstaatswerken;
Met daarbij behorende voorzieningen.

5.3.2 Bouwregels

 
Op de voor 'Water' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de bestemming worden gebouwd, zoals bruggen, dammen en/of duikers, alsmede voorzieningen noodzakelijk voor het beheer en onderhoud van de waterloop met een maximale hoogte van 3 m en steigers.

5.3.3 Specifieke gebruiksregels

 
Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend:
  1. het gebruik van de grond, daaronder mede begrepen wateren, voor het aanleggen, aanmeren of als ligplaats innemen van woonschepen;
  2. het gebruik van de grond, daaronder mede begrepen wateren, voor het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens voorzover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  3. het gebruik van de grond, daaronder mede begrepen wateren, en opstallen als opslag-, storten/of lozingsplaats van al dan niet aan het gebruik onttrokken voertuigen, goederen, grond, stoffen en materialen, behoudens voorzover dat noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond en opstallen.