Type plan: projectbesluit
Naam van het plan: 'De Diepeling - Noord'
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.0984.PRB09030-va02

Artikel 4 Ontgronding - 1 - Voorlopige bestemming

4.1 Voorlopige bestemming

4.1.1 Bestemmingsomschrijving

 
De voor 'Ontgronding - 1 - Voorlopige bestemming' aangewezen gronden zijn voorlopig bestemd voor de uitvoering van de ontgrondingsconsessie De Diepeling - Noord, zoals deze vergund is volgens besluit 09/14264 van 22 juli 2010 van Gedeputeerde Staten van Limburg.

4.1.2 Bouwregels

 
Voor de bouwwerken gelden de volgende eisen:
  1. er zijn alleen gebouwen en bouwwerken van lichte constructie toegestaan;
  2. de bij de voorlopige bestemming behorende bebouwing is toegestaan met een instandhoudingstermijn tot een halfjaar na de geldigheidstermijn van de voorlopige bestemming als bedoeld in 4.2;
  3. voor het bouwen gelden verder de volgende regels:
1. bedrijfsgebouwen

 goothoogte maximaal 6 meter
 bebouwd oppervlak maximaal 1.000 m²

 2. bouwwerken, geen gebouw zijnde:
hoogte maximaal 20 meter
 

4.1.3 Specifieke gebruiksregels

 
De voor 'Ontgronding - 1 - Voorlopige bestemming' bestemde gronden mogen slechts gebruikt worden voor zandwinning als bedoeld onder 4.1.1 en, voor zover er geen zandwinning (meer) plaatsvindt, voor natuur. Tot een strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend, gebruik dat leidt tot het niet kunnen realiseren van de definitieve bestemmingen, zoals aangegeven in 4.3.

4.2 Geldigheidstermijn van de voorlopige bestemming

 
De voorlopige bestemming ex artikel 3.2 Wet ruimtelijke ordening als bedoeld in 4.1. geldt gedurende de looptijd van de voor deze vergunning verleende ontgrondingsvergunning, met uitzondering van de bebouwing, waarvoor de termijn geldt als bedoeld in 4.1.2 onder b.

4.3 Definitieve bestemming

4.3.1 Bestemmingsomschrijving

 
De voor 'Ontgronding - 1 - Voorlopige bestemming'  aangewezen gronden zijn definitief bestemd voor 'Natuur', zoals in een nader en nog uit te werken en goed te keuren eindplan opgenomen, en zijn bestemd voor:
  1. bos- en natuurgebieden;
  2. instandhouding, versterking en ontwikkeling van bosbouwkundige waarde en natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke en abiotische waarden met een zo sterk mogelijk ecologische en ruimtelijk-structurele samenhang;
  3. dagrecreatief medegebruik 1;
Een en ander met bijbehorende voorzieningen.

4.3.2 Bouwregels

  1. Op de voor 'Natuur' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd, met uitzondering van ondergeschikte bouwwerken, zoals afrasteringen en eenvoudige recreatief ondersteunende voorzieningen, zoals wegwijzers, informatieborden en zitbanken, waarbij de hoogte van de bouwwerken maximaal 2 meter mag bedragen en geldt dat ze naar aard en afmetingen bij deze bestemming passen;
  2. bij de bouw van de onder a. toegestane bouwwerken, dan wel de aanwezigheid van de onder a. genoemde bouwwerken, dan wel als gevolg van het te verwachten gebruik van de onder a. genoemde bouwwerken mogen de bestaande natuurwaarden niet onevenredig worden geschaad.

4.3.3 Specifieke gebruiksregels

 
Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gronden en opstallen voor:
  1. het gebruik van de gronden voor agrarische doeleinden, anders dan ter ondersteuning en het beheer van de in het gebied voorkomende en/of te ontwikkelen waarden;
  2. het storten, aanbrengen of toepassen van (mest)stoffen die niet noodzakelijk zijn ter verbetering of instandhouding van de kenmerkende vegetatie en flora;
  3. elke vorm van detailhandel, anders dan ten behoeve van het in 4.3.1 onder c. bedoelde recreatieve gebruik, in de vorm van ambulante handel;
  4. het gebruik of het laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van een escortbedrijf en (straat)prostitutie;
  5. lawaaisporten;
  6. het aanbrengen van verhardingen van meer dan 200 m2;
  7. het opbrengen van grond van elders op de bestaande toplaag (ophogen);
  8. het verwijderen van een of meer bodemlagen en het daarna weer opbrengen van grond, bestaand uit de oorspronkelijke toplaag en/ of grond van elders (vergraven);
  9. het vermengen, keren van (alle) lagen in het bodemprofiel met een diepte van minimaal 50 centimeter (gemeten vanaf het peil) ten behoeve van agrarisch gebruik (diepploegen- en woelen).

4.3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

 
4.3.4.1 Algemeen
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de navolgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te (doen) voeren of te laten voeren:
  1. het verwijderen van de bovenste bodemlaag / bodemlagen (afgraven);
  2. het verwijderen van het microreliëf in de toplaag (egaliseren);
  3. het diep in de grond indrijven van heipalen of andere voorwerpen;
  4. het aanbrengen van leidingen en daarna weer terugbrengen van de grond, bestaande uit de oorspronkelijke toplaag en/ of grond van elders;
  5. het aanbrengen van drainagebuizen in de grond;
  6. het bemalen van een of meerdere percelen (aanbrengen onderbemaling);
  7. het aanleggen van sloten of greppels, verbreden en/of uitdiepen van bestaande sloten of greppels;
  8. het dempen van sloten of greppels;
  9. het verwijderen van bomen en/of struiken (solitairen of in de vorm van bos, houtsingels, houtwallen);
  10. het planten van bomen en/of struiken;
  11. het verwijderen van gras en het omzetten in bouwland tijdens het broedseizoen (15 maart – 15 juli).
4.3.4.2 Uitzonderingen
Het in 4.3.4.1 van de planregels vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die:
  1. het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen;
  2. betreffen de aanleg van leidingen binnen wegbermen binnen de bestemming verkeer, voor zover deze niet aansluit op de bestemming natuur.
4.3.4.3 Afwegingskader
Een in 4.3.4.1 van de planregels genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien door de werken en/of werkzaamheden dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de natuurwaarden van deze gronden, zoals omschreven in de bestemmingsomschrijving van onderhavige bestemming, niet onevenredig (kunnen) worden geschaad, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig (kunnen) worden verkleind.