Artikel 9   Verkeer 

 

9.1 Bestemmingsomschrijving:

De voor Verkeer aangewezen gronden zijn met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 11 (Leiding - Hoogspanningsverbinding), 12 (Leiding - Riool), 13 (Waarde - Archeologie) en 16 (Algemene aanduidingsregels), bestemd voor:

a.      wegen;

b.      voet- en rijwielpaden;

c.      parkeervoorzieningen;

d.      groenvoorzieningen;

e.      overige bijbehorende voorzieningen;

f.       (openbare) nutsvoorzieningen;

g.      (ondergrondse) waterhuishoudkundige voorzieningen.

 

en met dien verstande dat motorbrandstofverkooppunten niet zijn toegestaan.

 

9.2  Bouwregels:

Op of in de voor Verkeer aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde, worden opgericht welke qua aard en afmetingen bij deze bestemming passen, met dien verstande dat:

a.   de bouwhoogte van palen, masten en portalen voor geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer maximaal 12 m bedraagt;

b.   de bouwhoogte van kunstobjecten maximaal 12 m bedraagt;

c.   de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, maximaal 3 m bedraagt.