Artikel 5   Groen

 

5.1             Bestemmingsomschrijving:

De voor Groen aangewezen gronden zijn, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 11 (Leiding - Hoogspanningsverbinding), 12 (Leiding - Riool), 13 (Waarde - Archeologie) en 16 (Algemene aanduidingsregels), bestemd voor:

  1. groenvoorzieningen;
  2. bermen en beplantingen;
  3. verhardingen ten behoeve van in- en uitritten naar gebouwen;
  4. voet- en rijwielpaden;
  5. geluidwerende voorzieningen;
  6. (openbare) nutsvoorzieningen;

e.   (ondergrondse) waterhuishoudkundige voorzieningen.

f.   overige bijbehorende voorzieningen.

 

5.2             Bouwregels:

Op of in de voor Groen aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde, worden opgericht welke qua aard en afmetingen bij deze bestemming passen, met dien verstande dat de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde maximaal 3 m bedraagt.

 

5.3                      Specifieke gebruiksregels:

Onder strijdig gebruik als bedoeld in artikel 7.10 Wet ruimtelijke ordening wordt in ieder geval verstaan het gebruik van de gronden en opstallen voor parkeerdoeleinden.

 

5.4 Wijzigingsbevoegdheid:

Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd ter plaatse van de aanduiding “Wro-zone - wijzigingsgebied 3” de bestemming Groen overeenkomstig artikel 3.6 Wro te wijzigen in de bestemming Gemengd, met dien verstande dat:

a.       bedrijven, opslagen en installaties behorende tot de categorieën 1, 2, 3.1, en 3.2 zoals opgenomen in de “staat van bedrijfsactiviteiten”, met uitzondering van geluidszoneringsplichtige en risicovolle inrichtingen, alsmede (zelfstandige) kantooractiviteiten mogen worden toegestaan;

b.      er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de met naburige gronden en de daarop aanwezige opstallen verbonden belangen;

c.       er geen afbreuk wordt gedaan aan het ter plaatse heersende en/of gewenste stedenbouwkundig beeld.