Artikel 4   Gemengd

 
4.1 Bestemmingsomschrijving:

De voor Gemengd aangewezen gronden zijn, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 11 (Leiding - Hoogspanningsverbinding), 13 (Waarde - Archeologie) en 16 lid 2 sub b (Vrijwaringszone - weg 100 m lijn) bestemd voor:

  1. bedrijven, opslagen en installaties behorende tot de categorieën 1, 2 en 3.1 zoals opgenomen in de “staat van bedrijfsactiviteiten”, met uitzondering van geluidszoneringsplichtige en risicovolle inrichtingen, alsmede (zelfstandige) kantooractiviteiten ter plaatse van de aanduiding  “specifieke vorm van gemengd - 1 t/m 3.1”;
  2. bedrijven, opslagen en installaties behorende tot de categorieën 1, 2, 3.1, en 3.2 zoals opgenomen in de “staat van bedrijfsactiviteiten”, met uitzondering van geluidszonerings-plichtige en risicovolle inrichtingen, alsmede (zelfstandige) kantooractiviteiten ter plaatse van de aanduiding  “specifieke vorm van gemengd - 1 t/m 3.2”;
  3. bedrijven, opslagen en installaties behorende tot de categorieën 1, 2, 3.1, 3.2, en 4.1 zoals opgenomen in de “staat van bedrijfsactiviteiten”, met uitzondering van geluidszonerings-plichtige en risicovolle inrichtingen, alsmede (zelfstandige) kantooractiviteiten ter plaatse van de aanduiding  “specifieke vorm van gemengd - 1 t/m 4.1”;
  4. bedrijven, opslagen en installaties behorende tot de categorieën 1, 2, 3.1, 3.2, 4.1 en 4.2 zoals opgenomen in de “staat van bedrijfsactiviteiten”, met uitzondering van geluidszonerings-plichtige en risicovolle inrichtingen, alsmede (zelfstandige) kantooractiviteiten ter plaatse van de aanduiding  “specifieke vorm van gemengd - 1 t/m 4.2”;

e.   erven en tuinen;

f.   per bouwperceel maximaal 2 interne ontsluitingsstructuren, met een maximale breedte van 15 m;

g.   (voorzieningen ten behoeve van) laden en lossen en parkeervoorzieningen;

h.   voet- en rijwielpaden;

i.    groenvoorzieningen;

j.    overige bijbehorende voorzieningen;

k.   (openbare) nutsvoorzieningen;

l.    (ondergrondse) waterhuishoudkundige voorzieningen;

met dien verstande dat binnen de bestemming Gemengd te allen  tijden ten behoeve van de ter plaatse aanwezige functie moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein.

 

4.2             Bouwregels:

 

4.2.1 Algemeen

a.  op of in de voor Gemengd aangewezen gronden mogen slechts die gebouwen en bouwwerken worden opgericht welke qua aard en afmetingen bij deze bestemming passen;

b. het bebouwingspercentage mag per bouwperceel niet meer bedragen dan ter plaatse van de  aanduiding “maximum bebouwingspercentage” is toegestaan.

 

4.2.2 Gebouwen:

Ten aanzien van de situering en maatvoering van gebouwen gelden de volgende bepalingen:

a.   gebouwen dienen binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak te worden opgericht;

b.   indien ten aanzien van een bouwperceel op de verbeelding in een bouwvlak een gevellijn is aangegeven dient de voorgevel van een gebouw gelegen op dit bouwperceel in deze gevellijn te worden opgericht;

c.   de maximale bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding “maximale bouwhoogte” is aangegeven;

d.   ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van gemengd - 1 t/m 3.2” is voor een aaneengesloten oppervlak van maximaal 1.500 m2 van één gebouw binnen het bestemmingsvlak een maximale bouwhoogte van 42 m toegestaan, met dien verstande dat de minimale bouwhoogte van dit gebouw ter plaatse van dit aaneengesloten oppervlak 35 m bedraagt;

e.   de afstand van gebouwen tot de zijdelingse perceelsgrenzen bedraagt minimaal 5 m, met dien verstande dat één zijgevel in de zijdelingse perceelsgrens mag worden opgericht.

 

4.2.3 Bouwwerken geen gebouwen zijnde:

ten aanzien van de situering en maatvoering van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen:

a.   de hoogte van erfafscheidingen bedraagt maximaal 2,5 m;

b.   de hoogte van antennes en reclamemasten bedraagt maximaal 15 m;

c.   de hoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 4 m, met dien verstande dat de hoogte deze bouwwerken geen gebouwen zijnde gesitueerd tussen de bedrijfsbebouwing en de aan de weg gelegen bouwperceelgrens maximaal 3 m bedraagt.

 

4.3             Nadere eisen:

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de op grond van dit artikel toegelaten situering en afmetingen van gebouwen en andere bouwwerken met een maximum afwijkingspercentage van 10%, indien dit noodzakelijk is, ter voorkoming van onevenredig nadelige gevolgen voor:

a.   het straat en bebouwingsbeeld;

b.   de verkeersveiligheid;

c.   de sociale veiligheid;

d.   de externe veiligheid;

e.   de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken.

 

4.4             Ontheffing van de bouwregels:

a.  Burgemeester en Wethouders zijn, daar waar binnen het bouwvlak ingevolge de aanduiding “maximale bouwhoogte” een maximale bouwhoogte van 12 m geldt, bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in artikel 4.2.2 onder c voor de oprichting van gebouwen met een maximale bouwhoogte van 15 m, met dien verstande dat geen geen afbreuk mag worden gedaan aan het ter plaatse heersende en/of gewenste stedenbouwkundige beeld;

b.   Burgemeester en Wethouders zijn ten aanzien van de ten behoeve van één gebouw voor een oppervlak van 1.500 m2 toegestane maximale bouwhoogte van 42 m bevoegd ontheffing te verlenen voor een maximale bouwhoogte van 50 m, met dien verstande dat:

1.   de werking van de radar gesitueerd op de vliegbasis Volkel niet in onaanvaardbare mate wordt vestoord. Voorafgaand aan het verlenen van deze ontheffing dient hieromtrent schriftelijk advies te zijn ingewonnen bij de Dienst Vastgoed Defensie;

2.   geen afbreuk wordt gedaan aan het ter plaatse heersende en/of gewenste stedenbouwkundig beeld.

 

4.5 Specifieke gebruiksregels:

Onder strijdig gebruik als bedoeld in artikel 7.10 Wet ruimtelijke ordening wordt in ieder geval verstaan:

a.   het niet voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein ten behoeve op de ter plaatse gevestigde functie(s); de gemeente Venray beschouwt in het kader van dit bestemmingsplan de parkeerkengetallen zoals deze zijn opgenomen in de CROW publicatie 182 “Parkeerkencijfers - Basis voor parkeernormering” of een daarvoor in plaatstredend stuk als vigerende normstelling.

b.   het gebruik van de gronden en opstallen voor detailhandel;

c.   het gebruik van de gronden en opstallen voor het opslaan en stallen van materialen buiten de bebouwing;

d.   het gebruik van de gronden en opstallen voor permanente of tijdelijke bewoning.

 

 

 

4.6             Ontheffing van de gebruiksregels:

a.   Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in artikel 4.1 sub a voor het toestaan van een bedrijf in de milieucategorie 1, 2, 3, of 4 dat niet voorkomt op de “staat van bedrijfsactiviteiten” dan wel op grond van deze lijst in combinatie met de bepalingen van dit plan ter plaatse niet is toegestaan, mits de aard en de omvang van de milieuhinder die dit bedrijf veroorzaakt gelijk kan worden gesteld met een bedrijf als genoemd in de “staat van bedrijfsactiviteiten” dat conform de bepalingen van dit plan ter plaatse wel is toegestaan.

b.   artikel 4.5 sub c voor het toestaan van het opslaan en stallen van materialen buiten de bebouwing, met dien verstande dat de (beoogde) opslag en/of stalling gelegen dient te zijn achter de voorgevel van de ter plaatse aanwezige bebouwing en niet waarneembaar mag zijn vanaf de openbare weg.