Planregels

 


INHOUD

 

1.                  INLEIDENDE REGELS

 

Artikel 1    Begrippen                                                                                      4

Artikel 2    Wijze van meten                                                                            8

 

2.                  BESTEMMINGSREGELS

 

Bestemmingen:

Artikel 3    Bedrijf                                                                                           12

Artikel 4    Gemengd                                                                                       14

Artikel 5    Groen                                                                                            18

Artikel 6    Horeca - 1                                                                                      20

Artikel 7    Horeca - 2                                                                                      22

Artikel 8    Maatschappelijk                                                                             24

Artikel 9    Verkeer                                                                                          26

Artikel 10  Water                                                                                             28

 

Dubbelbesteminngen:

Artikel 11  Leiding - Hoogspanningsverbinding                                              30

Artikel 12 Leiding - Water                                                                              32

Artikel 13  Waarde - Archeologie                                                                    34

 

3.                  ALGEMENE REGELS

 

Artikel 14  Anti-dubbeltelbepaling                                                                  36

Artikel 15  Algemene gebruiksregels                                                               38

Artikel 16  Algemene aanduidingsregels                                                          40

Artikel 17  Algemene ontheffingsregels                                                          42

Artikel 18  Algemene procedureregels                                                             44

 

4.                  OVERGANGS- EN SLOTREGELS

 

Artikel 19  Overgangsrecht                                                                              46

Artikel 20 Slotregel                                                                                         48

 

 

Bijlage 1

Staat van bedrijfsactiviteiten                                                                                                                   50

 

HOOFDSTUK 1  INLEIDENDE REGELS

 

Artikel 1    Begripsbepalingen

 

In deze planregels wordt verstaan onder:

 

1.   Verbeelding:

De verbeelding van bestemmingsplan “De Hulst II”, bestaande uit kaart met kenmerk NL.IMRO.0984.BP09003-va01-VL.T01.

 

2.   Aanduiding:

Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

 

3.   Aanduidingsgrens:

De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

 

4.   Bebouwing:

Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

 

5.   Bedrijf:

Een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren en/of verhandelen van goederen dan wel op het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij eventueel productiegebonden detailhandel plaatsvindt.

 

6.   Bebouwingspercentage:

Een op de verbeelding of in de regels van dit plan aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bouwperceel aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd.

 

7.   Bestaand:

a.      Onder bestaande bebouwing wordt verstaan bebouwing welke op het tijdstip van de inwerkingtreding dit bestemmingsplan aanwezig is of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een bouwvergunning;

b.      Onder bestaand gebruik wordt verstaan het gebruik van grond en bouwwerken dat bestaat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan.

 

8.   Bestemmingsgrens:

De grens van een bestemmingsvlak.

 

9.   Bestemmingsplan:

De geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0984.BP09003-va01 met de bijbehorende regels en bijlagen.

 

10. Bestemmingsvlak:

Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

 

11.             Bouwen:

Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.

 

12. Bouwgrens:

De grens van een bouwvlak.

 

13. Bouwlaag:

Een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en de voor personen toegankelijke onderbouw en met uitsluiting van een zolder.

 

14. Bouwperceel:

Een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

 

15. Bouwperceelgrens:

De grens van een bouwperceel.

 

16.             Bouwvlak:

Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

 

17. Bouwwerk:

Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal welke hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

 

18. Brutovloeroppervlak:

De som van de horizontale vloeroppervlakte van alle tot het gebouw behorende binnenruimten, met inbegrip van de daarbij behorende kantoren, magazijnen, werkplaatsen en overige dienstruimten, buitenwerks gemeten.

 

19. Detailhandel:

Het bedrijfsmatig aan particulieren te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling en verkoop en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijfsactiviteit.

 

20.             Erf:

Het onbebouwde gedeelte van een perceel, dat direct gelegen is bij een gebouw en dat in feitelijk  opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw.

 

21. Eigen terrein:

Het terrein dat is uitgegeven in erfpacht, is verhuurd of in gebruik gegeven aan, dan wel in eigendom is van een natuurlijke persoon of rechtspersoon, welke de betreffende gronden gebruikt ten behoeve van een middels de regels van dit plan ter plaatse toegestane functie. 

 

22. Gebouw:

Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

 

23.             Geluidszoneringsplichtige inrichting:

Een inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een geluidszone moet worden vastgesteld.

 

24. Gevellijn:

Een op de verbeelding aangegeven voorgevelrooilijn.

 

25. Groothandel:

Het bedrijfsmatig te koop of te huur aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan wederverkopers, dan wel aan instellingen of personen, tot aanwending in een andere bedrijfsactiviteit.

 

 

26 Hoeksituatie:

Een bouwvlak waarvan de bouwgrenzen gelegen zijn langs twee of meer openbare wegen.

 

27.           Horecabedrijf:

Een bedrijf of instelling waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies worden verstrekt en/of waarin zaalaccommodatie wordt geëxploiteerd, behorende tot één van de volgende categorieën:

a.       daghoreca:

horeca die uitsluitend gedurende de daguren is geopend en die tot hoofddoel heeft  het verstrekken van kleine etenswaren, eenvoudige maaltijden en niet- of zwak alcoholische dranken;

b.      lichte horeca:

horeca die tijdens de daguren en tijdens de avonduren is geopend en die tot hoofddoel heeft het verstrekken van maaltijden;

c.       zware (nacht) horeca:

horeca die in beginsel ook in de nachturen is geopend en die tot hoofddoel heeft het verstrekken van dranken, waarbij het doen beluisteren van muziek en het gelegenheid bieden tot dansen een wezenlijk onderdeel vormt, zoals bijvoorbeeld een dancing of een discotheek;

d.      verblijfshoreca:

horecabedrijf, dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van logies, zoals een hotel of pension.

 

28.             Kantooractiviteiten:

Activiteiten die in overwegende mate bestaan uit administratieve werkzaamheden, dan wel werkzaamheden die worden uitgevoerd uit hoofde van juridische, bancaire, ontwerptechnische of hiermee vergelijkbare dienstenverlenende beroepsgroepen, dan wel werkzaamheden welke verband houden met het doen functioneren van (semi)overheidsinstellingen of hiermee vergelijkbare instellingen.

 

29. Kiosk

Inpandig verkooppunt van waaruit op beperkte schaal detailhandelsactiviteiten plaatsvinden.

 

30.             Interne ontsluitingsstructuren:

(Straat)Verhardingen ten behoeve van de ontsluiting van de op het terrein gelegen bedrijfspercelen.

 

31. Ondergeschikt bouwdeel:

Een buiten de gevel of het dakvlak uitstekend ondergeschikt deel van een gebouw, zoals bijvoorbeeld luifels, liftopbouwen of -kokers, antennes, reclame-uitingen, technische installaties en noodtrappen, met uitzondering van uitgebouwde gedeeltes van een gebouw.

 

32.             Plan:

Het bestemmingsplan “De Hulst II” van de gemeente Venray.

 

33. Peil:

  1. Voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang;
  2. In andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld.

 

34.             Prostitutie:

Het bedrijfsmatig geven van gelegenheid tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen vergoeding.

 

35.             Risicovolle inrichting:

a.      Een inrichting bij welke ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde, een richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand moet worden aangehouden bij het in een bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten, dan wel;

b.      Een inrichting waarvoor krachtens een artikel 8.40 van de Wet Milieubeheer vastgestelde algemene maatregel van bestuur regels gelden met betrekking tot minimaal aan te houden afstanden bij de opslag en/of het gebruik van gevaarlijke stoffen, dan wel;

c.      Bedrijven waarvan de aantoonbare PR10-6 contour is gelegen buiten de inrichtingsgrens.

 

36. Staat van bedrijfsactiviteiten:

Bedrijfsactiviteitenlijst ontleend aan de VNG uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” zoals opgenomen in bijlage 1 van deze planregels.

 

37. Seksinrichting:

Een voor het publiek toegankelijk besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of erotisch / pornografische voorstellingen plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, een seksbioscoop, seksautomatenhal en sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar.

 

38.             Stedenbouwkundig beeld:

Het beeld dat wordt bepaald door de bouwmassa’s, de gevelindeling, en de dakvormen van de bebouwing, alsmede de situering en de verschijningsvorm in zijn omgeving.

 

39.             Voorgevelrooilijn:

De (denkbeeldige) lijn die strak langs de voorgevel van het hoofdgebouw loopt tot aan de zijdelings perceelsgrenzen. Een bouwvlak gelegen langs meerdere openbare wegen (hoeksituatie) heeft meerdere voorgevellijnen.

 

40. Waterhuishoudkundige voorzieningen:

Voorzieningen ten behoeve van  waterberging of -infiltratie en voorzieningen ten behoeve van de aan- en  afvoer van (hemel)water, zoals leidingen, watergangen, waterlopen en waterpartijen.

 

41. Weg:

Een voor het openbaar rij- of ander verkeer bestemde weg of pad, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de weg of pad behorende bermen en zijkanten.

 

      41. Wegbeheerder:

      De beheerder van een (auto)(snel)weg. De wegbeheerder van de Rijksweg A73 is Rijkswaterstaat.

 

      42. Werk:

      Een constructie geen gebouw of bouwwerk zijnde.

 

Artikel 2    Wijze van meten

 

Bij de toepassing van deze bepalingen wordt als volgt gemeten:

 

1. De dakhelling:

Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

 

2. De goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

 

3. De bouwhoogte van een bouwwerk:

De vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

 

4. De inhoud van een bouwwerk:

De tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

 

5. De lengte, breedte en diepte van een bouwwerk:

Horizontaal tussen (de lijnen, getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van gemeenschappelijke scheidingsmuren).

 

6. De oppervlakte van een bouwwerk:

Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

 

De in deze bepalingen gegeven bepalingen omtrent plaatsing, afstanden en maten zijn niet van toepassing op gevel- en kroonlijsten, pilasters, plinten, stoeptreden, kozijnen, dorpels, dakgoten en overstekende daken, ventilatiekanalen, schoorstenen en soortgelijke ondergeschikte bouwdelen.

 

HOOFDSTUK 2 BESTEMMINGSREGELS

 
Artikel 3   Bedrijf
 
3.1 Bestemmingsomschrijving:

De voor Bedrijf aangewezen gronden zijn, met inachtneming van het bepaalde in artikel 11 (Leiding - Hoogspanningsverbinding), bestemd voor:

a.      bedrijven, opslagen en installaties behorende tot de categorieën 2, 3.1 en 3.2 zoals opgenomen in de “staat van bedrijfsactiviteiten”, met uitzondering van geluidszoneringsplichtige en risicovolle inrichtingen, alsmede kantooractiviteiten ten behoeve van deze bedrijven, met dien verstande dat maximaal 30% van het brutovloeroppervlak ten behoeve van deze kantooractiviteiten mag worden aangewend,  ter plaatse van de aanduiding  “specifieke vorm van bedrijf - 2 t/m 3.2”;

b.      bedrijven, opslagen en installaties behorende tot de categorieën 2, 3.1, 3.2, 4.1 en 4.2 zoals opgenomen in de “staat van bedrijfsactiviteiten”, met uitzondering van geluidszoneringsplichtige en risicovolle inrichtingen, alsmede kantooractiviteiten ten behoeve van deze bedrijven, met dien verstande dat maximaal 30% van het brutovloeroppervlak ten behoeve van deze kantooractiviteiten mag worden aangewend,  ter plaatse van de aanduiding  “specifieke vorm van bedrijf - 2 t/m 4.2”;

c.      erven en tuinen;

d.      per bouwperceel maximaal 2 interne ontsluitingsstructuren, met een maximale breedte van 15 m;

e.      (voorzieningen ten behoeve van) laden en lossen en parkeervoorzieningen;

f.       voet- en rijwielpaden;

g.      groenvoorzieningen;

h.      overige bijbehorende voorzieningen;

i.        (openbare) nutsvoorzieningen;

j.        (ondergrondse) waterhuishoudkundige voorzieningen;

met dien verstande dat binnen de bestemming Bedrijf te allen tijden ten behoeve van de ter plaatse aanwezige functie moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein.

 

3.2             Bouwregels:

 

3.2.1 Algemeen:

  1. op of in de voor Bedrijf aangewezen gronden mogen slechts die gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden opgericht welke qua aard en afmetingen bij deze bestemming passen;

b.   het bebouwingspercentage mag per bouwperceel niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding “maximum bebouwingspercentage” is aangegeven.

 

3.2.2 Gebouwen:

Ten aanzien van de situering en maatvoering van gebouwen gelden de volgende bepalingen:

a.   gebouwen dienen binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak te worden opgericht;

b.   indien ten aanzien van een bouwperceel op de verbeelding in een bouwvlak een gevellijn is aangegeven dient de voorgevel van een gebouw gelegen op dit bouwperceel in deze gevellijn te worden opgericht;

c.   de maximale bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding “maximale bouwhoogte” is aangegeven;

d.   de afstand van gebouwen tot de zijdelingse perceelsgrenzen bedraagt minimaal 5 m, met dien verstande dat één zijgevel in de zijdelingse perceelsgrens mag worden opgericht.

 

3.2.3 Bouwwerken geen gebouwen zijnde:

ten aanzien van de situering en maatvoering van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen:

a.      de hoogte van erfafscheidingen bedraagt maximaal 2,5 m;

b.      de hoogte van antennes, en reclamemasten bedraagt maximaal 15 m;

c.      de hoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 4 m, met dien verstande dat de hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde gesitueerd tussen de bedrijfsbebouwing en de aan de weg gelegen bouwperceelgrens maximaal 3 m bedraagt.

 

3.3             Nadere eisen:

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de op grond van dit artikel toegelaten situering en afmetingen van gebouwen en andere bouwwerken met een maximum afwijkingspercentage van 10%, indien dit noodzakelijk is, ter voorkoming van onevenredig nadelige gevolgen voor:

a.      het straat en bebouwingsbeeld;

b.      de verkeersveiligheid;

c.      de sociale veiligheid;

d.      de externe veiligheid;

e.      de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken.

 

3.4             Ontheffing van de bouwregels:

Burgemeester en Wethouders zijn, daar waar binnen het bouwvlak ingevolge de aanduiding “maximale bouwhoogte” een maximale bouwhoogte van 8 m geldt, bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in artikel 3.2.2 onder c voor de oprichting van gebouwen met een maximale bouwhoogte van 12 m, met dien verstande dat geen afbreuk mag worden gedaan aan het ter plaatse heersende en/of gewenste stedenbouwkundige beeld.

 

3.5             Specifieke gebruiksregels:

Onder strijdig gebruik als bedoeld in artikel 7.10 Wet ruimtelijke ordening wordt in ieder geval verstaan:

a.      het niet voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein ten behoeve op de ter plaatse gevestigde functie(s); de gemeente Venray beschouwt in het kader van dit bestemmingsplan de parkeerkengetallen zoals deze zijn opgenomen in de CROW publicatie 182 “Parkeerkencijfers - Basis voor parkeernormering” of een daarvoor in plaatstredend stuk als vigerende normstelling.

  1. het gebruik van de gronden en opstallen voor detailhandel;

c.      het gebruik van de gronden en opstallen voor het opslaan en stallen van materialen buiten de bebouwing;

d.      het gebruik van de gronden en opstallen voor permanente of tijdelijke bewoning.

 

3.6             Ontheffing van de gebruiksregels:

Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in

a.   artikel 3.1 sub a voor het toestaan van een bedrijf in de milieucategorie 2, 3 of 4 dat niet voorkomt op de “staat van bedrijfsactiviteiten” dan wel op grond van deze lijst in combinatie met de bepalingen van dit plan ter plaatse niet is toegestaan, mits de aard en de omvang van de milieuhinder die dit bedrijf veroorzaakt gelijk kan worden gesteld met een bedrijf als genoemd in de “staat van bedrijfsactiviteiten” dat conform de bepalingen van dit plan ter plaatse wel is toegestaan;

b.   artikel 3.5 sub c voor het toestaan van het opslaan en stallen van materialen buiten de bebouwing, met dien verstande dat de (beoogde) opslag en/of stalling gelegen dient te zijn achter de voorgevel van de ter plaatse aanwezige bebouwing en niet waarneembaar mag zijn vanaf de openbare weg.

 

Artikel 4   Gemengd

 
4.1 Bestemmingsomschrijving:

De voor Gemengd aangewezen gronden zijn, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 11 (Leiding - Hoogspanningsverbinding), 13 (Waarde - Archeologie) en 16 lid 2 sub b (Vrijwaringszone - weg 100 m lijn) bestemd voor:

  1. bedrijven, opslagen en installaties behorende tot de categorieën 1, 2 en 3.1 zoals opgenomen in de “staat van bedrijfsactiviteiten”, met uitzondering van geluidszoneringsplichtige en risicovolle inrichtingen, alsmede (zelfstandige) kantooractiviteiten ter plaatse van de aanduiding  “specifieke vorm van gemengd - 1 t/m 3.1”;
  2. bedrijven, opslagen en installaties behorende tot de categorieën 1, 2, 3.1, en 3.2 zoals opgenomen in de “staat van bedrijfsactiviteiten”, met uitzondering van geluidszonerings-plichtige en risicovolle inrichtingen, alsmede (zelfstandige) kantooractiviteiten ter plaatse van de aanduiding  “specifieke vorm van gemengd - 1 t/m 3.2”;
  3. bedrijven, opslagen en installaties behorende tot de categorieën 1, 2, 3.1, 3.2, en 4.1 zoals opgenomen in de “staat van bedrijfsactiviteiten”, met uitzondering van geluidszonerings-plichtige en risicovolle inrichtingen, alsmede (zelfstandige) kantooractiviteiten ter plaatse van de aanduiding  “specifieke vorm van gemengd - 1 t/m 4.1”;
  4. bedrijven, opslagen en installaties behorende tot de categorieën 1, 2, 3.1, 3.2, 4.1 en 4.2 zoals opgenomen in de “staat van bedrijfsactiviteiten”, met uitzondering van geluidszonerings-plichtige en risicovolle inrichtingen, alsmede (zelfstandige) kantooractiviteiten ter plaatse van de aanduiding  “specifieke vorm van gemengd - 1 t/m 4.2”;

e.   erven en tuinen;

f.   per bouwperceel maximaal 2 interne ontsluitingsstructuren, met een maximale breedte van 15 m;

g.   (voorzieningen ten behoeve van) laden en lossen en parkeervoorzieningen;

h.   voet- en rijwielpaden;

i.    groenvoorzieningen;

j.    overige bijbehorende voorzieningen;

k.   (openbare) nutsvoorzieningen;

l.    (ondergrondse) waterhuishoudkundige voorzieningen;

met dien verstande dat binnen de bestemming Gemengd te allen  tijden ten behoeve van de ter plaatse aanwezige functie moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein.

 

4.2             Bouwregels:

 

4.2.1 Algemeen

a.  op of in de voor Gemengd aangewezen gronden mogen slechts die gebouwen en bouwwerken worden opgericht welke qua aard en afmetingen bij deze bestemming passen;

b. het bebouwingspercentage mag per bouwperceel niet meer bedragen dan ter plaatse van de  aanduiding “maximum bebouwingspercentage” is toegestaan.

 

4.2.2 Gebouwen:

Ten aanzien van de situering en maatvoering van gebouwen gelden de volgende bepalingen:

a.   gebouwen dienen binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak te worden opgericht;

b.   indien ten aanzien van een bouwperceel op de verbeelding in een bouwvlak een gevellijn is aangegeven dient de voorgevel van een gebouw gelegen op dit bouwperceel in deze gevellijn te worden opgericht;

c.   de maximale bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding “maximale bouwhoogte” is aangegeven;

d.   ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van gemengd - 1 t/m 3.2” is voor een aaneengesloten oppervlak van maximaal 1.500 m2 van één gebouw binnen het bestemmingsvlak een maximale bouwhoogte van 42 m toegestaan, met dien verstande dat de minimale bouwhoogte van dit gebouw ter plaatse van dit aaneengesloten oppervlak 35 m bedraagt;

e.   de afstand van gebouwen tot de zijdelingse perceelsgrenzen bedraagt minimaal 5 m, met dien verstande dat één zijgevel in de zijdelingse perceelsgrens mag worden opgericht.

 

4.2.3 Bouwwerken geen gebouwen zijnde:

ten aanzien van de situering en maatvoering van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen:

a.   de hoogte van erfafscheidingen bedraagt maximaal 2,5 m;

b.   de hoogte van antennes en reclamemasten bedraagt maximaal 15 m;

c.   de hoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 4 m, met dien verstande dat de hoogte deze bouwwerken geen gebouwen zijnde gesitueerd tussen de bedrijfsbebouwing en de aan de weg gelegen bouwperceelgrens maximaal 3 m bedraagt.

 

4.3             Nadere eisen:

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de op grond van dit artikel toegelaten situering en afmetingen van gebouwen en andere bouwwerken met een maximum afwijkingspercentage van 10%, indien dit noodzakelijk is, ter voorkoming van onevenredig nadelige gevolgen voor:

a.   het straat en bebouwingsbeeld;

b.   de verkeersveiligheid;

c.   de sociale veiligheid;

d.   de externe veiligheid;

e.   de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken.

 

4.4             Ontheffing van de bouwregels:

a.  Burgemeester en Wethouders zijn, daar waar binnen het bouwvlak ingevolge de aanduiding “maximale bouwhoogte” een maximale bouwhoogte van 12 m geldt, bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in artikel 4.2.2 onder c voor de oprichting van gebouwen met een maximale bouwhoogte van 15 m, met dien verstande dat geen geen afbreuk mag worden gedaan aan het ter plaatse heersende en/of gewenste stedenbouwkundige beeld;

b.   Burgemeester en Wethouders zijn ten aanzien van de ten behoeve van één gebouw voor een oppervlak van 1.500 m2 toegestane maximale bouwhoogte van 42 m bevoegd ontheffing te verlenen voor een maximale bouwhoogte van 50 m, met dien verstande dat:

1.   de werking van de radar gesitueerd op de vliegbasis Volkel niet in onaanvaardbare mate wordt vestoord. Voorafgaand aan het verlenen van deze ontheffing dient hieromtrent schriftelijk advies te zijn ingewonnen bij de Dienst Vastgoed Defensie;

2.   geen afbreuk wordt gedaan aan het ter plaatse heersende en/of gewenste stedenbouwkundig beeld.

 

4.5 Specifieke gebruiksregels:

Onder strijdig gebruik als bedoeld in artikel 7.10 Wet ruimtelijke ordening wordt in ieder geval verstaan:

a.   het niet voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein ten behoeve op de ter plaatse gevestigde functie(s); de gemeente Venray beschouwt in het kader van dit bestemmingsplan de parkeerkengetallen zoals deze zijn opgenomen in de CROW publicatie 182 “Parkeerkencijfers - Basis voor parkeernormering” of een daarvoor in plaatstredend stuk als vigerende normstelling.

b.   het gebruik van de gronden en opstallen voor detailhandel;

c.   het gebruik van de gronden en opstallen voor het opslaan en stallen van materialen buiten de bebouwing;

d.   het gebruik van de gronden en opstallen voor permanente of tijdelijke bewoning.

 

4.6             Ontheffing van de gebruiksregels:

a.   Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in artikel 4.1 sub a voor het toestaan van een bedrijf in de milieucategorie 1, 2, 3, of 4 dat niet voorkomt op de “staat van bedrijfsactiviteiten” dan wel op grond van deze lijst in combinatie met de bepalingen van dit plan ter plaatse niet is toegestaan, mits de aard en de omvang van de milieuhinder die dit bedrijf veroorzaakt gelijk kan worden gesteld met een bedrijf als genoemd in de “staat van bedrijfsactiviteiten” dat conform de bepalingen van dit plan ter plaatse wel is toegestaan.

b.   artikel 4.5 sub c voor het toestaan van het opslaan en stallen van materialen buiten de bebouwing, met dien verstande dat de (beoogde) opslag en/of stalling gelegen dient te zijn achter de voorgevel van de ter plaatse aanwezige bebouwing en niet waarneembaar mag zijn vanaf de openbare weg.

 

Artikel 5   Groen

 

5.1             Bestemmingsomschrijving:

De voor Groen aangewezen gronden zijn, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 11 (Leiding - Hoogspanningsverbinding), 12 (Leiding - Riool), 13 (Waarde - Archeologie) en 16 (Algemene aanduidingsregels), bestemd voor:

  1. groenvoorzieningen;
  2. bermen en beplantingen;
  3. verhardingen ten behoeve van in- en uitritten naar gebouwen;
  4. voet- en rijwielpaden;
  5. geluidwerende voorzieningen;
  6. (openbare) nutsvoorzieningen;

e.   (ondergrondse) waterhuishoudkundige voorzieningen.

f.   overige bijbehorende voorzieningen.

 

5.2             Bouwregels:

Op of in de voor Groen aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde, worden opgericht welke qua aard en afmetingen bij deze bestemming passen, met dien verstande dat de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde maximaal 3 m bedraagt.

 

5.3                      Specifieke gebruiksregels:

Onder strijdig gebruik als bedoeld in artikel 7.10 Wet ruimtelijke ordening wordt in ieder geval verstaan het gebruik van de gronden en opstallen voor parkeerdoeleinden.

 

5.4 Wijzigingsbevoegdheid:

Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd ter plaatse van de aanduiding “Wro-zone - wijzigingsgebied 3” de bestemming Groen overeenkomstig artikel 3.6 Wro te wijzigen in de bestemming Gemengd, met dien verstande dat:

a.       bedrijven, opslagen en installaties behorende tot de categorieën 1, 2, 3.1, en 3.2 zoals opgenomen in de “staat van bedrijfsactiviteiten”, met uitzondering van geluidszoneringsplichtige en risicovolle inrichtingen, alsmede (zelfstandige) kantooractiviteiten mogen worden toegestaan;

b.      er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de met naburige gronden en de daarop aanwezige opstallen verbonden belangen;

c.       er geen afbreuk wordt gedaan aan het ter plaatse heersende en/of gewenste stedenbouwkundig beeld.

 

Artikel 6   Horeca -1

 
6.1 Bestemmingsomschrijving:

De op de verbeelding voor Horeca - 1 aangewezen gronden zijn, met inachtneming van het bepaalde in artikel 13 (Waarde - Archeologie), bestemd voor:

a.   verblijfshoreca, zoals omschreven in artikel 1 lid 28 onder d, met daaraan ondergeschikt bijhorende voorzieningen zoals een restaurant, zalenaccomodatie, kiosk en/of kantoorruimten;

b.   erven en tuinen;

c.   per bouwperceel maximaal 2 interne ontsluitingsstructuren, met een maximale breedte van 15 m;

d.   (voorzieningen ten behoeve van) laden en lossen en parkeervoorzieningen;

e..  voet- en rijwielpaden;

f.   groenvoorzieningen;

g.   overige bijbehorende voorzieningen;

h.   (openbare) nutsvoorzieningen;

i.    (ondergrondse) waterhuishoudkundige voorzieningen;

met dien verstande dat binnen de bestemming Horeca - 1 te allen  tijden ten behoeve van de ter plaatse aanwezige functie moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein.

 

6.2             Bouwregels:

 

6.2.1 Algemeen:

  1. op of in de voor Horeca - 1 aangewezen gronden mogen slechts die gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht welke qua aard en afmetingen bij deze bestemming passen;

b.     Het bebouwingspercentage mag per bouwperceel niet meer bedragen dan ter plaatse op de verbeelding middels de aanduiding “maximum bebouwingspercentage” is toegestaan.

 

6.2.2 Gebouwen:

Ten aanzien van de situering en maatvoering van gebouwen gelden de volgende bepalingen:

a.   gebouwen dienen binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak te worden opgericht;

b.   de maximale bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding “maximale bouwhoogte” is aangegeven;

c.   voor een aaneengesloten oppervlak van maximaal 1.500 m2 van één gebouw binnen het bestemmingsvlak is een maximale bouwhoogte van 30 m toegestaan, met dien verstande dat de minimale bouwhoogte van dit gebouw ter plaatse van dit aaneengesloten oppervlak 17 m bedraagt.

 

6.2.3 Bouwwerken geen gebouwen zijnde:

ten aanzien van de situering en maatvoering van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen:

a.   de hoogte van erfafscheidingen bedraagt maximaal 2,5 m;

b.   de hoogte van antennes en reclamemasten bedraagt maximaal 15 m;

c.   de hoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 4 m, met dien verstande dat de hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde gesitueerd tussen de bedrijfsbebouwing en de aan de weg gelegen bouwperceelgrens maximaal 3 m bedraagt.

 

6.3             Nadere eisen:

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de op grond van dit artikel toegelaten situering en afmetingen van gebouwen en andere bouwwerken met een maximum afwijkingspercentage van 10%, indien dit noodzakelijk is, ter voorkoming van onevenredig nadelige gevolgen voor:

a.   het straat en bebouwingsbeeld;

  1. de verkeersveiligheid;
  2. de sociale veiligheid;
  3. de externe veiligheid;
  4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken.

 

6.4 Specifieke gebruiksregels:

Onder strijdig gebruik als bedoeld in artikel 7.10 Wet ruimtelijke ordening wordt in ieder geval verstaan:

a.   het niet voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein ten behoeve op de ter plaatse gevestigde functie(s); De gemeente Venray beschouwt in het kader van dit bestemmingsplan de parkeerkengetallen zoals deze zijn opgenomen in de CROW publicatie 182 “Parkeerkencijfers - Basis voor parkeernormering” of een daarvoor in plaatstredend stuk als vigerende normstelling.

b.   het gebruik van de gronden en opstallen voor detailhandel;

c.   het gebruik van de gronden en opstallen voor het opslaan en stallen van materialen buiten de bebouwing;

d.   het gebruik van de gronden en opstallen voor permanente of tijdelijke bewoning.

 

6.5             Ontheffing van de gebruiksregels:

Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in artikel 6.1 sub c ten behoeve van de aanleg van een derde ontsluiting, met dien verstande dat alvorens de ontheffing wordt verleend het effect van de derde ontsluiting op de bestaande verkeerssituatie inzichtelijk dient te worden gemaakt en dat de verkeersveiligheid door de aanleg van een derde ontsluiting niet mag worden bedreigd.

 

6.6 Wijzigingsbevoegdheid:

Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd ter plaatse van de aanduiding “Wro-zone - wijzigingsgebied 1” de bestemming Horeca - 1 overeenkomstig artikel 3.6 Wro te wijzigen in de bestemming Gemengd, met dien verstande dat:

a.   bedrijven, opslagen en installaties behorende tot de categorieën 1, 2, 3.1, en 3.2 zoals opgenomen in de “staat van bedrijfsactiviteiten”, met uitzondering van geluidszoneringsplichtige en risicovolle inrichtingen, alsmede (zelfstandige) kantooractiviteiten mogen worden toegestaan;

b.   het bebouwingspercentage maximaal 50 % bedraagt;

c.   er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de met naburige gronden en de daarop aanwezige opstallen verbonden belangen;

d.      er geen afbreuk wordt gedaan aan het ter plaatse heersende en/of gewenste stedenbouwkundig beeld.

 

Artikel 7   Horeca - 2

 
7.2 Bestemmingsomschrijving:

De voor Horeca - 2 aangewezen gronden zijn, met inachtneming van het bepaalde in artikel 11 (Leiding - Hoogspanningsverbinding), bestemd voor:

a.   zware (nacht) horeca, zoals omschreven in artikel 1 lid 28 onder c;

b.   daghoreca, zoals omschreven in artikel 1 lid 28 onder a;

c.   erven en tuinen;

d.               maximaal 2 interne ontsluitingsstructuren, met een maximale breedte van 15 m;

e.   (voorzieningen ten behoeve van) laden en lossen en parkeervoorzieningen;

f.   voet- en rijwielpaden;

g.   groenvoorzieningen;

h.   overige bijbehorende voorzieningen;

i.    openbare) nutsvoorzieningen;

j.    (ondergrondse) waterhuishoudkundige voorzieningen;

met dien verstande dat binnen de bestemming Horeca - 2 te allen  tijden ten behoeve van de ter plaatse aanwezige functie moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein.

 

7.2 Bouwregels:

 

7.2.1 Algemeen:

  1. op of in de voor Horeca - 2 aangewezen gronden mogen slechts die gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht welke qua aard en afmetingen bij deze bestemming passen;

b.   Het bebouwingspercentage mag per bouwperceel niet meer bedragen dan ter plaatse op de verbeelding middels de aanduiding “maximum bebouwingspercentage” is toegestaan.

 

7.2.2 Gebouwen:

Ten aanzien van de situering en maatvoering van gebouwen gelden de volgende bepalingen:

a.   gebouwen dienen binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak te worden opgericht;

b.   de maximale bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding “maximale bouwhoogte” is aangegeven.

 

7.2.3 Bouwwerken geen gebouwen zijnde:

ten aanzien van de situering en maatvoering van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen:

a.   de hoogte van erfafscheidingen bedraagt maximaal 2,5 m;

b.   de hoogte van antennes en reclamemasten bedraagt maximaal 15 m;

c.   de hoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 4 m, met dien verstande dat de hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde gesitueerd tussen de bedrijfsbebouwing en de aan de weg gelegen bouwperceelgrens maximaal 3 m bedraagt.

 

7.3 Nadere eisen:

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de op grond van dit artikel toegelaten situering en afmetingen van gebouwen en andere bouwwerken met een maximum afwijkingspercentage van 10%, indien dit noodzakelijk is, ter voorkoming van onevenredig nadelige gevolgen voor:

a.   het straat en bebouwingsbeeld;

b.   de verkeersveiligheid;

  1. de sociale veiligheid;
  2. de externe veiligheid;
  3. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken.

 

7.4 Specifieke gebruiksregels:

Onder strijdig gebruik als bedoeld in artikel 7.10 Wet ruimtelijke ordening wordt in ieder geval verstaan:

a.   het niet voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein ten behoeve op de ter plaatse gevestigde functie(s); de gemeente Venray beschouwt in het kader van dit bestemmingsplan de parkeerkengetallen zoals deze zijn opgenomen in de CROW publicatie 182 “Parkeerkencijfers - Basis voor parkeernormering” of een daarvoor in plaatstredend stuk als vigerende normstelling.

b.   het gebruik van de gronden en opstallen voor detailhandel;

c.   het gebruik van de gronden en opstallen voor het opslaan en stallen van materialen buiten de bebouwing;

d.   het gebruik van de gronden en opstallen voor permanente of tijdelijke bewoning.

 

7.5 Wijzigingsbevoegdheid:

Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd ter plaatse van de aanduiding “Wro-zone - wijzigingsgebied 2” de bestemming Horeca - 2 overeenkomstig artikel 3.6 Wro te wijzigen in de bestemming Bedrijf, met dien verstande dat:

a.   bedrijven, opslagen en installaties behorende tot de categorieën 2, 3.1 en 3.2 zoals opgenomen in de “staat van bedrijfsactiviteiten”, met uitzondering van geluidszoneringsplichtige en risicovolle inrichtingen, alsmede kantooractiviteiten ten behoeve van deze bedrijven, met dien verstande dat maximaal 30% van het brutovloeroppervlak ten behoeve van deze kantooractiviteiten mag worden aangewend, mogen worden toegestaan;

b.   de bouwhoogte maximaal 12 m bedraagt;

c.   er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de met naburige gronden en de daarop aanwezige opstallen verbonden belangen;

d.   er geen afbreuk wordt gedaan aan het ter plaatse heersende en/of gewenste stedenbouwkundig beeld.

 

Artikel 8   Maatschappelijk

 
8.1 Bestemmingsomschrijving:

De voor Maatschappelijk aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.   maatschappelijke voorzieningen in de vorm van onderwijs;

b.   erven en tuinen;

c.   maximaal 2 interne ontsluitingsstructuren, met een maximale breedte van 15 m;

d.   (voorzieningen ten behoeve van) laden en lossen en parkeervoorzieningen;

e.   voet- en rijwielpaden;

f.   groenvoorzieningen;

g.   overige bijbehorende voorzieningen;

h.   (openbare) nutsvoorzieningen;

i.    (ondergrondse) waterhuishoudkundige voorzieningen;

met dien verstande dat binnen de bestemming Maatschappelijk te allen  tijden ten behoeve van de ter plaatse aanwezige functie moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein.

 

8.2 Bouwregels:

 

8.2.1    Algemeen

a.   op of in de voor Maatschappelijk aangewezen gronden mogen slechts die gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht welke qua aard en afmetingen bij deze bestemming passen;

b. Het bebouwingspercentage mag per bouwperceel niet meer bedragen dan ter plaatse op de verbeelding middels de aanduiding “maximum bebouwingspercentage” is toegestaan.

 

8.2.2    Gebouwen:

Ten aanzien van de situering en maatvoering van gebouwen gelden de volgende bepalingen:

a.   gebouwen dienen binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak te worden opgericht;

b.   de maximale bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding “maximale bouwhoogte” is aangegeven.

 

8.2.3    Bouwwerken geen gebouwen zijnde:

Ten aanzien van de situering en maatvoering van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen:

a.   de hoogte van erfafscheidingen bedraagt maximaal 2,5 m;

b.   de hoogte van antennes, en reclamemasten bedraagt maximaal 15 m;

c.   de hoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 4 m, met dien verstande dat de hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde gesitueerd tussen de bedrijfsbebouwing en de aan de weg gelegen bouwperceelgrens maximaal 3 m bedraagt.

 

8.3 Nadere eisen:

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de op grond van dit artikel toegelaten situering en afmetingen van gebouwen en andere bouwwerken met een maximum afwijkingspercentage van 10%, indien dit noodzakelijk is, ter voorkoming van onevenredig nadelige gevolgen voor:

a.   het straat en bebouwingsbeeld;

  1. de verkeersveiligheid;
  2. de sociale veiligheid;
  3. de externe veiligheid;
  4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken.

 

8.4 Specifieke gebruiksregels:

Onder strijdig gebruik als bedoeld in artikel 7.10 Wet ruimtelijke ordening wordt in ieder geval verstaan:

a.   het niet voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein ten behoeve op de ter plaatse gevestigde functie(s); De gemeente Venray beschouwt in het kader van dit bestemmingsplan de parkeerkengetallen zoals deze zijn opgenomen in de CROW publicatie 182 “Parkeerkencijfers - Basis voor parkeernormering” of een daarvoor in plaatstredend stuk als vigerende normstelling.

b.   het gebruik van de gronden en opstallen voor detailhandel;

c.   het gebruik van de gronden en opstallen voor het opslaan en stallen van materialen buiten de bebouwing;

d.   het gebruik van de gronden en opstallen voor permanente of tijdelijke bewoning.

 

Artikel 9   Verkeer 

 

9.1 Bestemmingsomschrijving:

De voor Verkeer aangewezen gronden zijn met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 11 (Leiding - Hoogspanningsverbinding), 12 (Leiding - Riool), 13 (Waarde - Archeologie) en 16 (Algemene aanduidingsregels), bestemd voor:

a.      wegen;

b.      voet- en rijwielpaden;

c.      parkeervoorzieningen;

d.      groenvoorzieningen;

e.      overige bijbehorende voorzieningen;

f.       (openbare) nutsvoorzieningen;

g.      (ondergrondse) waterhuishoudkundige voorzieningen.

 

en met dien verstande dat motorbrandstofverkooppunten niet zijn toegestaan.

 

9.2  Bouwregels:

Op of in de voor Verkeer aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde, worden opgericht welke qua aard en afmetingen bij deze bestemming passen, met dien verstande dat:

a.   de bouwhoogte van palen, masten en portalen voor geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer maximaal 12 m bedraagt;

b.   de bouwhoogte van kunstobjecten maximaal 12 m bedraagt;

c.   de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, maximaal 3 m bedraagt.

 

Artikel 10 Water

 

10.1           Bestemmingsomschrijving:

De voor Water aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.   water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder voorzieningen voor waterberging, -aanvoer en  afvoer, zoals watergangen, waterlopen en waterpartijen;

b.   groenvoorzieningen;

c.   (openbare) nutsvoorzieningen.

 

10.2  Bouwregels:

Op of in de voor Water aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde, worden opgericht welke qua aard en afmetingen bij deze bestemming passen, met dien verstande dat de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde maximaal 3 m bedraagt.

 

Artikel 11  Leiding - Hoogspanningsverbinding

 

11.1  Bestemmingsomschrijving:

De voor Leiding – Hoogspanningsverbinding aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor bovengrondse hoogspanningsverbindingen en de daarbij behorende beschermingszone. 

     

11.2  Bouwregels:

Op of in de voor Leiding – Hoogspanningsverbinding aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde, worden opgericht ten dienste van deze bestemming, met dien verstande dat de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde maximaal 50 m bedraagt.

 

11.3 Ontheffing van de bouwregels:

Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in artikel 11.2 voor het oprichten van gebouwen, of bouwwerken geen gebouwen zijnde passend binnen de regels van de overige krachtens dit plan aan deze gronden toegekende bestemmingen, met dien verstande dat:

a.   er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de met de bestemming Leiding – Hoogspanningsverbinding verbonden belangen;

b.   alvorens de betreffende ontheffing wordt verleend de leidingbeheerder wordt gehoord.

 

11.4 Aanlegvergunning:

 

11.4.1 Aanlegvergunning vereiste:

Het is verboden op of in de binnen deze bestemming gelegen gronden, zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders (aanlegvergunning ex artikel 3.16 Wro) de navolgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

a.      het aanbrengen, vellen of rooien van hoogopgaande beplantingen en/of bomen;

b.      het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport,- energie-, of telecommunicatie-leidingen en de daarmee verbandhoudende constructies, installaties of apparatuur, anders dan ten behoeve van de betreffende hoogspanningsverbinding;

met dien verstande dat de alvorens de betreffende aanlegvergunning wordt verleend de leidingbeheerder wordt gehoord.

 

11.4.2        Uitzonderingen:

Het in artikel 11.4.1 bepaalde is niet van toepassing op:

a.      werken en werkzaamheden welke van ondergeschikte betekenis zijn;

b.      werken en werkzaamheden welke normale onderhoudswerkzaamheden betreffen;

c.      werken en werkzaamheden welke worden uitgevoerd in het kader van het op de bestemming gerichte normale beheer en gebruik van de grond.

 

Artikel 12 Leiding - Water

 

12.1 Bestemmingsomschrijving:

De voor Leiding – Water aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor ondergrondse waterpersleidingen en de daarbij behorende beschermingszone. 

     

12.2 Bouwregels:

Op of in de voor Leiding - Water aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde, worden opgericht ten behoeve van de aanleg en instandhouding van de ondergrondse waterpersleiding.

 

12.3 Ontheffing van de bouwregels:

Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in artikel 14.2 voor het oprichten van gebouwen, of bouwwerken geen gebouwen zijnde passend binnen de regels van de overige krachtens dit plan aan deze gronden toegekende bestemmingen, met dien verstande dat:

a.   er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de met de bestemming Leiding - Water verbonden belangen;

b.   alvorens de betreffende ontheffing wordt verleend de leidingbeheerder wordt gehoord.

 

12.4 Aanlegvergunning:

 

12.4.1  Aanlegvergunning vereiste:

Het is verboden op of in de binnen deze bestemming gelegen gronden, zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders (aanlegvergunning ex artikel 3.16 Wro) de navolgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

a.   het uitvoeren van grond- en bodembewerkingen zoals verharden, ophogen, ontginnen, egaliseren, bodemverlagen, afgraven, boren of heien;

b.   het aanbrengen, vellen of rooien van hoogopgaande beplantingen en/of bomen;

met dien verstande dat de alvorens de betreffende aanlegvergunning wordt verleend de leidingbeheerder wordt gehoord.

 

12.4.2        Uitzonderingen:

Het in artikel 12.4.1 bepaalde is niet van toepassing op:

a.   werken en werkzaamheden welke van ondergeschikte betekenis zijn;

b.   werken en werkzaamheden welke normale onderhoudswerkzaamheden betreffen;

c.   werken en werkzaamheden welke worden uitgevoerd in het kader van het op de bestemming gerichte normale beheer en gebruik van de grond.

 

Artikel 13 Waarde - Archeologie

 

De voor Waarde – Archeologie aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor de bescherming en de instandhouding van het archeologisch monument.

 

HOOFDSTUK 4   ALGEMENE REGELS

 

Artikel 14 Anti-dubbeltelbepaling

 

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

 

Artikel 15 Algemene gebruiksregels:

 

15.1 Algemeen gebruiksverbod:

Conform artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening is het verboden de gronden of opstallen gelegen binnen dit bestemmingsplan te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze welke in strijd is met dit bestemmingsplan.

 

15.2 Algemeen verbod op uitoefening prostitutie:

Onder strijdig gebruik als bedoeld in artikel 7.10 Wet ruimtelijke ordening wordt in ieder geval verstaan het gebruik van de binnen dit bestemmingsplan gelegen gronden en opstallen voor prostitutiedoeleinden, dan wel de exploitatie van een seksinrichting of daarmee vergelijkbare vorm van bedrijf.

 

15.3 Artikel 7.10 Wet ruimtelijke ordening:

a.      Het is verboden gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken in strijd met een bestemmingsplan, een projectbesluit daaronder begrepen een beheersverordening, een besluit als bedoeld in 3.40, 3.41 of 3.42, een voorbereidingsbesluit voor zover hierbij toepassing is gegeven aan het derde of vierde lid, een provinciale verordening of een algemene maatregel van bestuur, voor zover hierbij toepassing is gegeven aan artikel 4.1, derde of vijfde lid, onderscheidenlijk 4.3 derde of vierde lid, of een aanwijzing voor zover hierbij toepassing is gegeven aan artikel 4.2, derde lid, onderscheidenlijk 4.4, derde lid (van deze wet).

b.   Een gedraging in strijd met een voorschrift dat is verbonden aan een krachtens deze wet verleende vergunning of ontheffing is verboden;

c.   Overtreding van een verbod als bedoeld in het eerste of tweede lid is een strafbaar feit.

 

Artikel 16  Algemene aanduidingsregels

 

16.1  Vrijwaringszone - weg 50 m lijn

a.   De ter plaatse van de aanduiding “Vrijwaringszone - weg 50 m lijn” gelegen gronden zijn, behalve voor de doeleinden van de andere krachtens dit plan aan deze gronden gegeven bestemmingen, primair bestemd voor de bescherming en het onderhoud van het naast deze zone gelegen tracé van de Rijksweg A73;

b.   Op of in de in de “Vrijwaringszone - weg 50 m lijn” gelegen gronden mogen geen gebouwen of bouwwerken geen gebouwen zijnde worden opgericht.

 

16.2  Vrijwaringszone - weg 100 m lijn:

a.   De ter plaatse van de aanduiding “Vrijwaringszone - weg 100 m lijn” gelegen gronden zijn, behalve voor de doeleinden van de andere krachtens dit plan aan deze gronden gegeven bestemmingen, primair bestemd voor de bescherming en het onderhoud van het evenwijdig aan deze zone gelegen tracé van de Rijksweg A73;

b.   Op of in de in de “Vrijwaringszone - weg 100 m lijn” gelegen gronden mogen geen gebouwen of bouwwerken geen gebouwen zijnde worden opgericht.

c.   Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in lid 16.2 onder b voor de oprichting van gebouwen van bouwwerken welke zijn toegelaten krachtens de aan de betreffende gronden gegeven bestemming mits geen onevenredige aantasting ontstaat of kan ontstaan van de belangen van het wegverkeer en de wegbeheerder.

Artikel 17 Algemene ontheffingsregels:

 

17.1 Algemene ontheffingsbevoegdheid

Indien hierbij geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken zijn Burgemeester en Wethouders bevoegd ontheffing te verlenen van de desbetreffende bepalingen in het plan voor:

a.   het afwijken van de voorgeschreven maatvoering ten aanzien van bouwhoogten, bebouwde oppervlakten, dakhellingen, inhoudsbepalingen, goothoogten, en hoogten van bouwwerken geen bouwwerken zijnde, met ten hoogste 10%;

b.   het in geringe mate, doch niet meer dan 1 meter, afwijken (ten behoeve van bebouwing of gebruik) van een bestemmingsgrens of van de ligging van de gevellijn, voor zover dit noodzakelijk is om het plan (en de daaraan ten grondslag liggende intenties) in te passen in de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein.

c.   de situering van een ondergeschikt bouwdeel buiten het bouwvlak;

d.   het ten aanzien van een ondergeschikt bouwdeel afwijken van de ter plaatse toegestane maximale bouwhoogte.

 

      17.2 Randvoorwaarde parkeergelegenheid op eigen terrein

Bij het verlenen van een ontheffing van de regels van dit plan op op grond van dit artikel of op grond van een een elders in deze planregels opgenomen ontheffingsbevoegdheid dient ten behoeve van de (toekomstige) functie waarvoor de ontheffing wordt verleend te allen tijden te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein.

 

Artikel 18 Algemene procedureregels:

 

Bij het verlenen van een ontheffing of het stellen van nadere eisen als bedoeld in de regels van dit plan dient de procedure in acht te worden genomen, zoals is beschreven in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.

 

HOOFDSTUK 5   OVERGANGS- EN SLOTREGELS

 

Artikel 19             Overgangsrecht

 

19.1 Overgangsrecht bouwwerken:

a.   Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een bouwvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,

1.     gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;

2.   na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de bouwvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan.

b.   Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig ontheffing verlenen van het onder a bepaalde  voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10 %;

c.   Het onder a bepaalde is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder bouwvergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

 

19.2 Overgangsrecht gebruik:

a.   Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is mag worden voortgezet;

b.   Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind;

c.   Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten;

d.   Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.


Artikel 20 Slotregel

 

De regels van dit bestemmingsplan kunnen worden aangehaald als de regels van het bestemmingsplan “De Hulst II” van de gemeente Venray.

 


BIJLAGE 1  STAAT VAN BEDRIJFSACTIVITEITEN

 

Gebruikte afkortingen:

<              kleiner dan

>              groter

=              gelijk aan

e.d.          en dergelijke

kl.            klasse

n.e.g.       niet elders genoemd

o.c.          opslagcapaciteit

p.c.          productiecapaciteit

p.o.                         productieoppervlak

b.o.         bedrijfsoppervlak

v.c.          verwerkingscapaciteit

 

SBI-CODE

OMSCHRIJVING

 

Bedrijven

58

UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA

 

581

Uitgeverijen (kantoren)

1

1811

Drukkerijen van dagbladen

3.2

1812

Drukkerijen (vlak- en rotatie-diepdrukkerijen)

3.2

18129

Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen

2

1814

Grafische afwerking

1

1814

Binderijen

2

1813

Grafische reproduktie en zetten

2

1814

Overige grafische aktiviteiten

2

182

Reproduktiebedrijven opgenomen media

1

19

AARDOLIE-/STEENKOOLVERWERK. IND.; BEWERKING SPLIJT-/KWEEKSTOFFEN

 

19202

Smeeroliën- en vettenfabrieken

3.2

19202

Recyclingbedrijven voor afgewerkte olie

4.2

19202

Aardolieproduktenfabrieken n.e.g.

4.2

25, 31

VERVAARD. EN REPARATIE VAN PRODUKTEN VAN METAAL (EXCL. MACH./TRANSPORTMIDD.)

 

251, 331

Constructiewerkplaatsen

 

251, 331

- gesloten gebouw

3.2

251, 331

- gesloten gebouw, p.o. < 200 m2

3.1

251, 331

- in open lucht, p.o. < 2.000 m2

4.1

251, 331

- in open lucht, p.o. >= 2.000 m2

4.2

2529, 3311

Tank- en reservoirbouwbedrijven:

 

2529, 3311

- p.o. < 2.000 m2

4.2

2521, 2530, 3311

Vervaardiging van verwarmingsketels, radiatoren en stoomketels

4.1

255, 331

Stamp-, pers-, dieptrek- en forceerbedrijven

4.1

255, 331

Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d.

3.2

255, 331

Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d., p.o. < 200 m2

3.1

2561, 3311

Metaaloppervlaktebehandelingsbedrijven:

 

2561, 3311

- algemeen

3.2

2561, 3311

- stralen

4.1

2561, 3311

- metaalharden

3.2

2561, 3311

- lakspuiten en moffelen

3.2

2561, 3311

- scoperen (opspuiten van zink)

3.2

2561, 3311

- thermisch verzinken

3.2

2561, 3311

- thermisch vertinnen

3.2

2561, 3311

- mechanische oppervlaktebehandeling (slijpen, polijsten)

3.2

2561, 3311

- anodiseren, eloxeren

3.2

2561, 3311

- chemische oppervlaktebehandeling

3.2

2561, 3311

- emailleren

3.2

2561, 3311

- galvaniseren (vernikkelen, verchromen, verzinken, verkoperen ed)

3.2

2562, 3311

Overige metaalbewerkende industrie

3.2

2562, 3311

Overige metaalbewerkende industrie, inpandig, p.o. <200m2

3.1

259, 331

Grofsmederijen, anker- en kettingfabrieken:

 

259, 331

- p.o. < 2.000 m2

4.1

259, 331

Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.

3.2

259, 331

Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.; inpandig, p.o. <200 m2

3.1

27, 28, 33

VERVAARDIGING VAN MACHINES EN APPARATEN

 

27, 28, 33

Machine- en apparatenfabrieken incl. reparatie:

 

27, 28, 33

- p.o. < 2.000 m2

3.2

27, 28, 33

- p.o. >= 2.000 m2

4.1

28, 33

- met proefdraaien verbrandingsmotoren >= 1 MW

4.2

26, 28, 33

VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS

 

26, 28, 33

Kantoormachines- en computerfabrieken incl. reparatie

2

26, 27, 33

VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTR. MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDH.

 

271, 331

Elektromotoren- en generatorenfabrieken incl. reparatie

4.1

271, 273

Schakel- en installatiemateriaalfabrieken

4.1

273

Elektrische draad- en kabelfabrieken

4.1

272

Accumulatoren- en batterijenfabrieken

3.2

274

Lampenfabrieken

4.2

293

Elektrotechnische industrie n.e.g.

2

26, 33

VERVAARDIGING VAN AUDIO-, VIDEO-, TELECOM-APPARATEN EN -BENODIGDH.

 

261, 263, 264, 331

Vervaardiging van audio-, video- en telecom-apparatuur e.d. incl. reparatie

3.1

2612

Fabrieken voor gedrukte bedrading

3.1

26, 32, 33

VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN

 

26, 32, 33

Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d. incl. reparatie

2

29

VERVAARDIGING VAN AUTO'S, AANHANGWAGENS EN OPLEGGERS

 

291

Autofabrieken en assemblagebedrijven

 

291

- p.o. < 10.000 m2

4.1

291

- p.o. >= 10.000 m2

4.2

29201

Carrosseriefabrieken

4.1

29202

Aanhangwagen- en opleggerfabrieken

4.1

293

Auto-onderdelenfabrieken

3.2

30

VERVAARDIGING VAN TRANSPORTMIDDELEN (EXCL. AUTO'S, AANHANGWAGENS)

 

301, 3315

Scheepsbouw- en reparatiebedrijven:

 

301, 3315

- houten schepen

3.2

301, 3315

- kunststof schepen

3.2

301, 3315

- metalen schepen < 25 m

4.1

302, 317

Wagonbouw- en spoorwegwerkplaatsen:

 

302, 317

- algemeen

3.2

302, 317

- met proefdraaien van verbrandingsmotoren >= 1 MW

4.2

303, 3316

Vliegtuigbouw en -reparatiebedrijven:

 

303, 3316

- zonder proefdraaien motoren

4.1

309

Rijwiel- en motorrijwielfabrieken

3.2

3099

Transportmiddelenindustrie n.e.g.

3.2

31

VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G.

 

310

Meubelfabrieken

3.2

9524

Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2

1

321

Fabricage van munten, sieraden e.d.

2

 

322

Muziekinstrumentenfabrieken

2

323

Sportartikelenfabrieken

3.1

324

Speelgoedartikelenfabrieken

3.1

32991

Sociale werkvoorziening

2

32999

Vervaardiging van overige goederen n.e.g.

3.1

41, 42, 43

BOUWNIJVERHEID

 

41, 42, 43

Bouwbedrijven algemeen: b.o. > 2.000 m²

3.2

41, 42, 43

- bouwbedrijven algemeen: b.o. <= 2.000 m²

3.1

41, 42, 43

Aannemersbedrijven met werkplaats: b.o. > 1000 m²

3.1

41, 42, 43

- aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1000 m²

2

45, 47

HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN; BENZINESERVICESTATIONS

 

45204

Autoplaatwerkerijen

3.2

45204

Autospuitinrichtingen

3.1

46

GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING

 

461

Handelsbemiddeling (kantoren)

1

4635

Grth in tabaksprodukten

2

4636

Grth in suiker, chocolade en suikerwerk

2

4637

Grth in koffie, thee, cacao en specerijen

2

4638, 4639

Grth in overige voedings- en genotmiddelen

2

4673

Grth in hout en bouwmaterialen:

 

4673

- algemeen: b.o. > 2000 m²

3.1

4673

- algemeen: b.o. <= 2000 m²

2

46735

zand en grind:

 

46735

- algemeen: b.o. > 200 m²

3.2

46735

- algemeen: b.o. <= 200 m²

2

4674

Grth in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur:

 

4674

- algemeen: b.o. > 2.000 m²

3.1

4674

- algemeen: b.o. < = 2.000 m²

2

4676

Grth in overige intermediaire goederen

2

466

Grth in machines en apparaten:

 

466

- machines voor de bouwnijverheid

3.2

466

- overige

3.1

466, 469

Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d.

2

53

POST EN TELECOMMUNICATIE

 

531, 532

Post- en koeriersdiensten

2

61

Telecommunicatiebedrijven

1

61

zendinstallaties:

 

61

- LG en MG, zendervermogen < 100 kW (bij groter vermogen: onderzoek!)

3.2

61

- FM en TV

1

61

- GSM en UMTS-steunzenders (indien bouwvergunningplichtig)

1

64, 65, 66

FINANCIELE INSTELLINGEN EN VERZEKERINGSWEZEN

 

64, 65, 66

Banken, verzekeringsbedrijven, beurzen

1

41, 68

VERHUUR VAN EN HANDEL IN ONROEREND GOED

 

41, 68

Verhuur van en handel in onroerend goed

1

62

COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE

 

62

Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d.

1

58, 63

Datacentra

2

72

SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK

 

721

Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk

2

722

Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek

1

 

63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82

OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING

 

63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82

Overige zakelijke dienstverlening: kantoren

1

812

Reinigingsbedrijven voor gebouwen

3.1

74203

Foto- en filmontwikkelcentrales

2

82991

Veilingen voor landbouw- en visserijprodukten

4.1

82992

Veilingen voor huisraad, kunst e.d.

1

 

 

SBI-CODE

OMSCHRIJVING

 

Opslagen en Installaties

0

OPSLAGEN

 

1

butaan, propaan, LPG (in tanks):

 

1

- bovengronds, < 2 m3

2

1

- bovengronds, 2 - 8 m3

3.1

1

- bovengronds, 8 - 80 m3

3.2

1

- bovengr., 80 - 250 m3

4.2

1

- ondergronds, < 80 m3

3.1

1

- ondergr., 80 - 250 m3

4.1

2

niet reactieve gassen (incl. zuurstof), gekoeld

3.1

3

brandbare vloeistoffen (in tanks):

 

3

- ondergronds, K1/K2/K3-klasse

1

3

- bovengronds, K1/K2-kl.: < 10 m3

3.1

3

- bovengronds, K1/K2-kl.: 10 - 1000 m3

3.2

3

- bovengronds, K3-klasse: < 10 m3

2

3

- bovengronds, K3-klasse: 10 - 1000 m3

3.1

4

Overige gevaarlijke stoffen in tanks:

 

4

- bovengronds < 10 m3 en onder drempelwaarde BRZO

1

4

- overige opslagen onder drempelwaarde BRZO

3.1

5

Gevaarlijke stoffen (incl. bestrijdingsmiddelen) in
emballage of in gasflessen:

 

5

- kleine hoeveelheden < 10 ton

1

5

- beperkte hoeveelheden (< 150 ton)  en hoog
 beschermingsniveau

2

6

ontplofbare stoffen en munitie:

 

6

- < 250.000 patronen en < 25 kg NEM (netto explosieve massa) overig gevarensubklasse 1.4

1

6

- >= 250.000 patronen en >= 25 kg NEM (netto explosieve massa) overig gevarensubklasse 1.4

2

7

professioneel vuurwerk:

 

8

kunstmest, niet explosief

3.1

9

kuilvoer

3.1

10

gier / drijfmest (gesloten opslag):

 

10

- oppervlakte < 350 m2

3.1

10

- oppervlakte 350 - 750 m2

3.2

10

- oppervlakte >= 750 m2

4.1

11

INSTALLATIES

 

12

gasflessenvulinstallaties (butaan, propaan)

3.2

13

laadschoppen, shovels, bulldozers

3.1

14

laboratoria:

 

14

- chemisch / biochemisch

2

14

- medisch en hoger onderwijs

2

15

luchtbehandelingsinst. t.b.v. detailhandel

1

16

keukeninrichtingen

2

 

17

koelinstallaties freon ca. 300 kW

3.1

18

koelinstallaties ammoniak < 400 kg

2

19

koelinstallaties ammoniak > 400 kg

3.1

20

total energy installaties (gasmotoren) ca. 100 kW

3.1

21

afvalverbrandingsinstallatie, kleinschalig

3.2

22

noodaggregaten t.b.v. elektriciteitsopwekking

2

23

verfspuitinstallaties en moffel- en emailleerovens

3.1

24

vorkheftrucks met verbrandingsmotor

3.1

25

vorkheftrucks, elektrisch

2

26

transformatoren < 1 MVA

1

28

vatenspoelinstallaties

3.1

29

hydrofoorinstallaties

2

30

windmolens:

 

31

- wiekdiameter 20 m

3.2

31

- wiekdiameter 30 m

4.1

31

- wiekdiameter 50 m

4.2

31

stookinstallaties>900kW thermisch vermogen:

 

32

- gas, < 2,5 MW

2

32

- gas, 2,5 - 75 MW

3.1

32

- gas, >= 75 MW

4.1

32

- olie, < 2,5 MW

2

32

- olie, 2,5 - 75 MW

3.1

32

- olie, >= 75 MW

4.1

32

- kolen, 2,5 - 75 MW

3.2

32

- kolen, >= 75 MW

4.2

32

stoomwerktuigen

3.1

33

luchtcompressoren

2

34

liftinstallaties

1

35

motorbrandstofpompen zonder LPG

2

36

afvalwaterbehandelingsinstallaties < 100.000 i.e.

4.1